Péter Esterházy 1950-2016

Péter Esterházy, Berlin am 28.11.2014
Péter Esterházy 

Veel blessuretijd is Péter Esterházy niet meer vergund geweest. De spelbepalende middenvelder van de Hongaarse literatuur overleed, 66 jaar oud, op 14 juli 2016 aan de gevolgen van alvleesklierkanker, een diagnose die ruim een jaar eerder was gesteld. ‘Het zijn de verhoudingen, die veranderd zijn. Alles is scheef geworden,’ schreef hij over zijn stervende moeder in Geen kunst, een van zijn laatste boeken. De dood van Péter Esterházy, amper enkele maanden na die van zijn landgenoot, vriend en Nobelprijswinnaar Imre Kertész, verandert definitief ook de verhoudingen in de Hongaarse en Middeneuropese letteren.

 

Péter Esterházy was onbetwist een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers van Hongarije. Zijn boeken zijn verschenen in meer dan vijfentwintig talen en in 2004 werd hem de belangrijke Friedenspreis des Deutschen Buchhandels toegekend. Zijn magnum opus en bekendste werk Harmonia Caelestis was een paar jaar voordien verschenen. Met dat boek, een caleidoscopische en zeer rijke roman over de geschiedenis van zijn adellijke familie en die van het twintigste-eeuwse Hongarije, vestigde hij definitief zijn naam als grote Europese auteur.

 

Hij had toen al een omvangrijk en gevarieerd oeuvre uitgebouwd waarvan een aanzienlijk deel ook in Nederlandse vertaling was verschenen zoals De hulpwerkwoorden van het hart en Kleine Hongaars pornografie. Vanaf halverwege de jaren negentig verschenen zijn boeken in Nederland bij De Arbeiderspers, te beginnen met Een vrouw. Daarna volgden Stroomafwaarts langs de Donau (een literair reisboek, te vergelijken met Claudio Magris’ Donau) en Harmonia Caelestis dat ook kon worden gelezen als een liefdesverklaring aan de overleden vader. Esterházy zag zich met pijn in het hart gedwongen dat beeld bij te stellen in de roman Verbeterde editie, een omvangrijk literair addendum bij Harmona Caelestis, nadat hij tot de ontdekking was gekomen dat zijn vader vele jarenlang werkzaam was geweest

voor de Hongaarse geheime dienst. Nadien verschenen nog het samen met Imre Kertész geschreven Eén verhaal, twee verhalen en zijn voetbalboek Reis naar het einde van het strafschopgebied. Zoals bijna al zijn boeken (soms ironische) odes en liefdesverklaringen zijn, zo is dit boek een ode aan het voetbal, een spelletje dat hij zelf met verve speelde en waarin zijn broer Márton het in de jaren tachtig tot international schopte (met een internationale carrière bij Austria Wien en AEK Athene) die nog tegen de generatie Gullit & Van Basten heeft gespeeld.

 

Ook in een van zijn laatste boeken Semmi müvészet, dat De Arbeiderspers dit najaar in een vertaling van Györgyi Dandoy onder de titel Geen kunst zal uitbrengen, speelt voetbal een belangrijke rol, en wel via de verhalen van de moeder. ‘Voetbal is haar hele leven,’ schrijft Esterházy in deze hommage aan zijn moeder, die tevens een scherp portret is van Hongarije via de voetbalhistorie. ‘In het hoofd van mijn moeder heeft de wereld de vorm aangenomen van een voetbalveld.’

Péter Esterházy is vaak een postmoderne schrijver genoemd. Dat zal te maken hebben met zijn voorliefde voor literair spel, voor experimentele vormen, literaire geintjes en verwijzingen, en met zijn fijnzinnige, soms ongrijpbare ironie. Wie verder weg gaat staan, ziet dat zijn werk – hoe eigenzinnig en onverwisselbaar ook – deel uitmaakt van de Europese literaire traditie. Typerend voor zijn werk is ook zijn humor, iets dat hem al evenzeer kenmerkte in de persoonlijke omgang. Wie met Péter Esterházy verkeerde, zat naast of tegenover een man die zijn twinkelende zinnen uitsprak met even twinkelende ogen. ‘Estherázy’s humor is altijd zo scherp als het helderste licht,’ schreef Die Zeit naar aanleiding van Geen kunst.