Donderdag 24 november werd bij boekhandel Dekker van de Vegt het voetbalboek Matchday! van Paul Baaijens gepresenteerd. Dit is de bewerkte tekst van mijn toespraak.

vdh9789029510103Ik moet tegenwoordig nogal eens in Nijmegen zijn. Niet alleen omdat mijn schoonzusje en haar gezin daar wonen, maar ook omdat er schrijvers resideren die bij De Arbeiderspers publiceren en weleens met een nieuw boek voor de dag komen dat dan in de stad ten doop gehouden wordt. Half september presenteerden we nog de nieuwe dichtbundel van Marijke Hanegraaf, Ergens slapen de anderen, in De Lindenberg (ook in nauwe samenwerking met boekhandel Dekker van de Vegt) en eind oktober vierden we in de Nijmeegse vestiging van Runner’s World de verschijning van Barbara Kerkhofs Hardlopen voor vrouwen.

Afgelopen zondag beleefde ik hier mijn eigen matchday omdat ik, niet voor het eerst, meedeed aan de Zevenheuvelenloop, samen met een aantal auteurs van De Arbeiderspers: Simon van Woerkom, Bram Bakker en Abdelkader Benali. Op de terugweg in de auto met Abdelkader en de snelle Mohammed Mohammadi kregen we het over de betaald voetbalclub in Nijmegen omdat via onze digitale media doorsijpelde dat die met 5-0 van Ajax had verloren.

‘Vorig jaar presteerde NEK nog zo geweldig,’ sprak een verbaasde Benali.

‘Pas op je woorden, Abdel,’ waarschuwde ik. ‘Dat horen ze in Nijmegen niet graag, dat jij over NEK praat als je het over hun club hebt.’

‘Nek, nek! Dèh’s m’n nek!’ hoorde ik zo’n Gofferthooligan eens, hard aan zijn clubsjaaltje sjorrend, uitroepen toen een onwetende (of onwetendheid voorwendende) passant dat woord in de mond nam terwijl hij toch duidelijk doelde op de roodgroenzwarte voetbalclub. ‘En-ee-cee, zèt hier,’ trommelde hij op zijn borstkas.

Hoe ernstig en primitief geuit ook: het blijft aandoenlijk, die onvoorwaardelijke, door dik en dun (en dus ook na een 5-0 nederlaag) beleden clubliefde die korte metten maakt met elke onorthodoxe opvatting of uiting, elke relativering van de heilige clubverering.

 

Terwijl ik in Nijmegen de zeven heuvels trotseerde was mijn zoon van veertien met een vriend van mij (die hij als een soort oom beschouwt) in Madrid. Voor niets anders dan een voetbalwedstrijd. Want daar werd afgelopen zaterdag de Madrileense klassieker gespeeld in een uitverkocht Estadio Vicente Calderón, de thuishaven van Atlético Madrid dat het dus moest opnemen tegen Real Madrid. Mijn zoon, van wie ik verder intens veel houd, behoort tot het meest verdorven en verachtelijk (en helaas ook meest voorkomend) soort voetbalsupporter dat ik maar ken. Hij was vroeger fan van Barcelona vanwege Messi. Daar kan ik nog inkomen. Hoe groot het geld ook daar is, dat is tenminste nog een club met iets van een sociaal hart, met een Catalaanse gedrevenheid die deels gegrond is op afkeer van de Spaanse hegemonie (staatkundig, cultureel en soms ook sportief), met een roemrijk Nederlands verleden en met voetballers (genoemde Messi, maar zeker ook iemand als Iniesta) die mijn sympathie hebben. Maar een paar jaar geleden heeft hij zich bekeerd tot het grootkapitaal van de Koninklijke en zijn megalomane afgod Ronaldo. Het enige wat ik over die volkomen buiten zinnen geraakte narcist wil toegeven is dat hij best aardig kan voetballen. Maar om daarvoor nou op en neer te vliegen naar Madrid? Afijn, de mond werd me vakkundig gesnoerd toen Derek (mijn zoon) repliceerde dat Real met 0-3 had gewonnen en dat alle drie de doelpunten toch wel eventjes door Zijne Koninklijke Hoogheid Ronaldo waren gemaakt.

Het wordt niettemin tijd een poging te wagen mijn zoon nog wat bij te scholen in zijn voetballiefde. En ik ken het cursusboek al: Matchday! Op zoek naar het Engels voetbal in Londen van Paul Baaijens, eigen Nijmeegse kweek, tenminste als je Nijmegen (wetende waar Wijchen ligt) een beetje ruim wil opvatten.

Ik was, vooral aangestoken door het hartverwarmende enthousiasme waarmee ik Sjoerd Mossou eens op de radio hoorde spreken over het Engels voetbal (inclusief juist het voetbal in de lagere betaalde regionen aldaar), eigenlijk al tijdje op zoek naar een auteur die een boek over zijn liefde voor het Engels voetbal wilde schrijven, toen Hans Peters van boekhandel Dekker van de Vegt mij – ik schat zo’n anderhalf á twee jaar geleden – meldde dat een self published (zo heet dat nu, vroeger heette dat: in eigen beheer uitgegeven) boek van een jonge Nijmeegse auteur over Engels voetbal, getiteld Matchdays (let op het subtiele verschil met de titel van het vandaag gepresenteerde boek) ontzettend goed verkocht in zijn winkels, zowel in Nijmegen als in Arnhem. En hoewel daar misschien best nog wat aan te verbeteren viel, aldus Hans, was het ook nog eens een keer erg leuk geschreven. Misschien moest ik eens met die jongen kennismaken.

En zo geschiedde. En zo geschiedde ook dat ik dat self published boek in handen kreeg en ontdekte dat ik het met veel plezier las. Hans had gelijk: er viel ook best nog wat aan bij te schaven, aan te vullen en te verbeteren. Maar wat er al was, had beslist de kwaliteit om er iets nog mooiers mee uit te bouwen. En ik wist al zeker dat wij er een mooier boek (mooier vormgegeven, mooier gedrukt, preciezer geredigeerd) van zouden kunnen maken. En zo stuurden we Paul, die in 2013 besloot vijf weken naar Londen te vertrekken om de langgekoesterde wens te vervullen alle betaald voetbalclubs in de metropool in een zo kort mogelijke periode te zien spelen (zeventien wedstrijden in vijfendertig dagen), opnieuw – beslist niet tegen zijn zin – naar Londen te sturen om het nog eens dunnetjes over te doen en alle stadions, clubs, supporters en supporterspubs opnieuw te bezoeken. Dat, schrijft Baaijens, ‘vormt de basis voor Matchday!, waarin ik de lezer opnieuw meeneem naar de prachtige Engelse voetbalcultuur, beschreven vanuit de clubs in Londen. Veertien profclubs in, op of volgens sommigen net over de grens van één stad leken me een uitstekende graadmeter om de Engelse voetbalcultuur te definiëren. In geen stad ter wereld kun je het voetbal zo intens beleven als in Londen, want op bijna elke hoek van de straat is naast een rode phone booth ook een stadion te zien.’ Bovendien, zo verklaart hij in één moeite door: ‘Na een geweldige voetbaldag dook ik het bruisende centrum in. When a man is tired of London, a man is tired of life.’

Daarmee is al een en ander duidelijk geworden over de reden waarom Matchday! zo’n fascinerend en hartverwarmend boek is. Maar er is veel meer. Dit boek gaat niet alleen maar over de grote sterren en de grote clubs als Chelsea en Arsenal met zijn ‘meest decadente stadion van Londen. […] The Gunners hebben hun ziel aan de duivel verkocht met het verlaten van het prachtige Highbury’. Het gaat juist niet over die sterren en over de grootsheid van de grote clubs. Voor zover het over die clubs gaat, gaat het over hun geschiedenis, hun diepe wortels op bepaalde (bijna heilige) plekken, hun idiosyncratische tradities, hun supporters die genetisch afwijken van de supporters van de naburige club. Het gaat over veertien clubs (in Schotland is dat al meer dan een competitie op zich) waaronder ook Millwall, Leyton Orient, Brentford en de fusieclub Dagenham & Redbridge. Geef eerlijk toe: zeker van die laatste club hebt u ook nog nooit gehoord, permanent pendelend als die is tussen de amateurs en de laagste profklassen. Paul verschaft er zich voor fifty pence toegang tot het supportershome. Een typerende actie. In een ander hoofdstuk bezoekt Paul de wedstrijd Brentford-Oldham Athletic en spreekt hij met Brentford-fan James af in The Princess Royal, de met voorsprong allerslechtste pub in de hele omgeving. Ze drinken een Guinness en James steekt van wal: ‘Maybe we will win today, but I don’t think so, because we’re shit.’ Dat soort zelfkwellend supporterschap.

Helemaal shit was een van de toegangsweggetjes naar het oude stadion van West Ham United. Paul Baaijens schrijft het zo op: ‘Mocht iemand ooit nog eens Michelinsterren gaan uitdelen aan wandelingen naar stadions, dan krijgt die door de wijk Plastow naar Upton Park er ongetwijfeld drie. Het is misschien wel de wandeling der wandelingen in Londen, zeker voor een groundhopper als ik. De miserabele wijk stak schril af tegen het zachte zonnetje en de strakblauwe lucht en ik werd door twee tienjarige gidsjes richting het stadion geleid. De vervallen stulpjes in de wijk bleven mijn aandacht trekken tot Thomas, de zoon van Bart, opeens tegen me riep: “This is the Dog Shit Alley. We have to turn left, right here!” We liepen een steegje in dat zeker honderd meter lang en hooguit anderhalve meter breed was. Het was nog een hele kunst om de hondenpoep op de grond te ontwijken, want het steegje deed zijn naam alle eer aan en lag bezaaid met verse, bruine uitwerpselen. […] En vraag me niet hoe het kan, maar de penetrante lucht en de vele lege blikjes bier hier bezorgden me kippenvel. Kippenvel in een kaksteegje.’

Van Dog Shit Alley staat er ook een niets aan de verbeelding overlatende foto in het boek. Dit zijn dus geen verzinsels. Het onderschrift bij de foto vertelt: ‘Van Primrose Hill naar de Dog Shit Alley, vlak bij het inmiddels ten dode opgeschreven Upton Park. Een van de mooiste kaksteegjes van Londen zal helaas nooit meer bewandeld worden door de supporters van West Ham United. Shit!’ In het onderschrift bij de foto van het oude stadion van de club daaronder staat waarom: ‘Halverwege 2016 verliet West Ham United de fraaie, hier afgebeelde Boleyn Ground. Ze ruilden hun sfeervolle onderkomen in voor een nieuw, klinisch stadion dat “meer commerciële mogelijkheden biedt” en waarvan in dit boek bewust geen foto is opgenomen.’

En dat is trouwens nog een ander mooi iets van dit boek: er staan een paar katernen met schitterende, sprekende kleuren- en zwart-witfoto’s in van Tim Peperzak, die Paul Baaijens een paar keer heeft vergezeld op zijn Londense voetbalreizen. En laten we tot slot niet de rol vergeten die editor Henk van Bakel heeft gespeeld om dit boek zo goed te maken als het nu is. Van Bakel is niet alleen een redacteur met een fijne en scherpe pen en een kritische blik, hij is ook een voetballiefhebber in de ware zin van het woord (en in dat opzicht een echte geestverwant van Paul Baaijens) en met een kennis van wereld en kunst in het algemeen en van sport en voetbal in het bijzonder waar iedereen telkens weer paf van staat. Paul heeft daar zijn voordeel mee gedaan, en terecht.

Kortom: voor een ontaarde (of moet ik zeggen: al te aangepaste) voetbalsupporter als mijn zoon is Matchday! het perfecte leerboek, een inwijding in de ware kunst van het voetbalsupporterschap. Zelf ga ik ook elk jaar een keer met mijn zoon naar het buitenland om een wedstrijd te zien: Borussia Dortmund-F.C. Porto, begin dit jaar. En Schalke ’04-Chelsea een jaar eerder. Maar de volgende keer gaan we naar Londen, met het boek van Paul in de aanslag, om te gaan kijken naar zoiets als Leyton Orient-AFC Wimbledon, Crystal Palace-Queen’s Park Rangers of zo’n Londense derby zoals er afgelopen zaterdag eentje (simultaan met Atlético-Real) gespeeld werd: Tottenham Hotspur-West Ham United 3-2, in een adembenemende wedstrijd. Maar waar we ook heen gaan, de route zal langs onooglijke buurtjes gaan, als het even kan via Dog Shit Alley en met een bezoek vooraf aan The Princess Royal of een soortgelijke andere, iedere luister ontberende loserspub in Londen. Want we zullen eerst moeten leren verliezen voordat we iets kunnen winnen.

 

 

vdh9789029510103

 

 

 

 

Advertisements