Vijfhonderd mensen waren er afgelopen zondag 26 maart, tijdens een van de hoofdprogramma’s van het Passa Porta Festival in Brussel, afgekomen op een avond met Annie Ernaux. Een uitverkochte zaal van Bozar. Het festival zelf kondigde haar in de folder als volgt aan: ‘Annie Ernaux bekleedt een vooraanstaande plaats in de hedendaagse Frans literatuur. In haar grotendeels autobiografische oeuvre gaat ze op zoek naar zichzelf, als was ze een vreemde die ze zich herinnert.’ De Franstalige Belgische actrice Virginie Efira las fragmenten voor uit Mémoire de fille, Ysaline Parisis interviewde Annie Ernaux over haar werk en ik, zijnde haar Nederlandse uitgever, mocht haar het eerste exemplaar overhandigen van de magnifieke Nederlandse vertaling door Rokus Hofstede van Mémoire de fille, eerder afgelopen week verschenen onder de titel  Meisjesherinneringen. Annie Ernaux had ik daarvoor twee keer eerder ontmoet, maar dat was lang geleden. De laatste keer was in 2004 tijdens een Boekenweek rond het thema Frankrijk, toen ze in Haarlem over haar werk sprak met Abdelkader Benali als interviewer. Voor ik haar dat zogenaamde eerste exemplaar uitreikte, sprak ik een ingekorte versie van onderstaande woorden.

I26A4352

foto: Hatim Kaghat van Le Soir

  V.l.n.r. Rokus Hofstede, Virginie Efira, Ysaline Parisis, Annie Ernaux, Peter Nijssen

 

 

Het moet rond 1990 zijn geweest – en dus al meer dan vijfentwintig jaar geleden – dat mijn goede vriend Theo Rooijakkers mij aanspoorde om een literaire ontdekking van hem ook eens te gaan lezen. Hij had van Annie Ernaux La place en Les armoires vides gelezen (die allebei bij De Arbeiderspers in vertaling zouden verschijnen als respectievelijk De plek en Lege kasten) en was zeer onder de indruk geraakt van deze schrijfster. Ik heb die aansporing ter harte genomen en moest mij al snel gewonnen geven. Ja, dit was in al zijn intense beknoptheid grandioze literatuur.

Misschien, zo redeneer ik achteraf, heeft ook het feit dat wij allebei  bewonderaars waren van het werk van E. du Perron (en daarmee in zekere zin ook van zijn literaire opvattingen en levenshouding waarin de vent een belangrijk begrip was) een rol gespeeld in onze appreciatie. Eerlijkheid is een kernbegrip in de poëtica van Du Perron, een woord dat niet louter niet  morele maar ook allerlei stilistische implicaties heeft: geen krullendraaierij, geen woordenvloed maar kernachtigheid, geen vorm als maskerade. Ook in stilistisch opzicht ging het erom een zogenaamde hônnete homme te zijn, een begrip dat Du Perron, die daarnaast ook het bijna synonieme ‘smalle mens’ (als verkozen politiek-maatschappelijke levenshouding) hanteerde, zelf ook weer ontleende aan de Franse letteren, waarin het al voorkomt bij schrijvers als Montaigne en La Rochefoucauld. Van die hônnetes hommes bestaan natuurlijk ook vrouwelijke representanten – al ben ik er niet zeker van dat ze dan hônnetes femmes zouden moeten worden genoemd. Misschien betekent dat in het Frans toch weer net iets anders.

En toch. Ik denk dat Annie Ernaux een hônnete femme van de literatuur is. Haar complete, sterk autobiografische literaire werk – van Les armoires vides en La place tot en met La honte (De schaamte) en Mémoire de fille, waarvan de net verschenen vertaling bij De Arbeiderspers al uitgebreid is besproken in de Belgische pers – is doordrenkt van die literaire inzet en die levenshouding waarin eerlijkheid een centrale plaats inneemt. In Lege kasten gaat het dan over de breuk tussen ‘een jongere generatie, die de kans kreeg zich te ontwikkelen, met de ouders die maatschappelijke vooruitgang van hun kinderen op zichzelf wel wensen maar lijden onder de kloof die aldus ontstaat; in De bevroren vrouw om de verstarring die voortkomt uit een huwelijk met een man uit een hoger maatschappelijk kader; in De plek over de vader die, anders dan de hoofdpersoon, is gebleven wie hij was en op de plek waar hij geboren werd (‘Les livres, la musique, c’est bon pour toi. Moi, je n’en ai besoin pour vivre’), in Een vrouw over de moeder vanuit eenzelfde soort pijn om de afstand die ontstaan is tussen de hoofdpersoon die zich maatschappelijk ontwikkeld heeft en de eenvoudig en nuchter gebleven moeder met als resultaat ‘een schrijnend en ontroerend verslag dat in het ontveinzen van elke emotie juist een heel persoonlijke en universele smart onthult’; en in Alleen maar hartstocht  over de even gepassioneerde als pijnlijk verlopende affaire tussen een vrouw en een jongere, getrouwde man.

Het eerste boek van Annie Ernaux dat ik als redacteur van De Arbeiderspers begeleidde was La honte, waarvan de vertaling in 1998 verscheen onder de titel De schaamte. Dat boek gaat over de impact van een voorval in 1952 waarbij haar vader haar moeder met een mes naar het leven stond: de schaamte die daar het gevolg van is, schaamte over het taalgebruik, de tafelmanieren en het sociale gedrag van haar ouders, die zo krampachtig proberen zich te distantiëren van hun sociale afkomst uit de laagste klassen. Daarna verschenen in Nederlandse vertaling bij De Arbeiderspers nog Het voorval (L’événement), handelend over de abortus die ze begin jaren zestig laat plegen en die veel sporen in haar heeft nagelaten en De blik naar buiten (een samenbundeling van Journal du dehors en La vie extérieure) dat de notities bevat die Ernaux tussen 1985 en 1999 maakte over het uitwendige leven in een groeistad net buiten Parijs: flatgebouwen, winkelcentra, een kale straat met losstaande villaatjes, en een metroverbinding met Parijs. Juist door over de buitenkant te schrijven komt ze meer te weten over haar eigen innerlijk. En dan was er dus vorig voorjaar ineens dat boek, Mémoire de fille, dat maandenlang hoog in de Franse bestsellerlijsten stond, dat ik op de terugreis van een bezoek aan de London Bookfair las nadat ik diezelfde ochtend op de stand van Gallimard een exemplaar had gekregen van Anne-Solange Noble, hoofd rechten van die uitgeverij. Dat boek waarvoor Annie Ernaux diep in zomer van 1958 dook, en diep in haar eigen pijn en ontreddering omdat het gaat over het verwarrende zomerkamp waarin ze voor het eerst met een man naar bed ging. Ernaux gaat er (vermoedelijk terecht) vanuit dat dit voorval allang uit het bewustzijn van iedereen die op dat kamp was en er eventueel weet van heeft gehad is verdwenen: ‘Ook ik heb dat meisje willen vergeten. Haar echt vergeten, oftewel geen zin meer hebben om nog over haar te schrijven. Niet meer denken dat ik moet schrijven over haar, over haar verlangen, haar waanzin, haar stompzinnigheid en haar hoogmoed, haar honger en haar opgedroogde bloed. Het is me nooit gelukt.’ En voor de literatuur is dat maar goed ook.

In haar hele werk, van Lege kasten tot en met Meisjesherinneringen, bedrijft Ernaux een soort microsociologie, een studie van de eigen persoon in de ruimtelijke en sociale context waarin die verkeert en (vaker) heeft verkeerd. Maar omdat daarin ook wetmatigheden kunnen worden aangewezen wordt het een onderzoeksveld waarin men (Ernaux) dingen aan de weet komt die toch weer iets over ons allemaal zeggen. De eerlijkheid waarmee Annie Ernaux die literaire sociale wetenschap bedrijft wordt echter bepaald niet als een makkelijk te bereiken doel uitgespeeld. Het geheugen is bedrieglijk (Ernaux put veel uit haar persoonlijke herinneringen), de taal een bevroren meer door het gebruik waarvan men zich voortdurend op glad ijs begeeft, de werkelijkheid een uiterst complex (en als zodanig vrijwel onkenbaar) iets, waardoor het nodig is voortdurend van perspectief te wisselen om iets meer te weten te komen.

Annie Ernaux lezen is – hoe autobiografisch haar werk mag zijn – ook over jezelf en je omgeving lezen. Over de ingewikkeldheid van je zelf, over schaamte, ongemak, nietsontziend maar toch ook met mededogen gepresenteerd. Lees Annie Ernaux en leer iets over jezelf.

Ernaux_Meisjesherinneringen_3D

Advertisements