Stroeve_Lans_Olympischvdh9789029539449Over Lans Stroeve, Olympisch zwemmer

Vorige maand werd in Steenwijk de J.C. Bloemprijs uitgereikt. Het is niet de bekendste poëzieprijs, maar wel een van de belangrijkste. Waarom? Omdat het gaat om een prijs voor de tweede bundel van een dichter. En de tweede bundel is – misschien nog wel meer dan de eerste – een rite de passage naar een solide identiteit als dichter, een cruciale stap op weg naar een oeuvre. Of de stootbalk die een vervolg definitief verhindert. De waardering voor een tweede bundel (of het uitblijven daarvan) kan in dat opzicht essentieel zijn.

 

De organisatie die de prijs toekent formuleert het zelf als volgt: ‘De prijs van 2500 euro, ter beschikking gesteld door de gemeente Steenwijkerland, wordt om het jaar uitgereikt en geldt als een bevestiging van “duurzaam” dichterlijk talent. Dat wil zeggen van dichters die geen debutant meer zijn en van wie we doorgaans nog veel zullen horen.’ Daarom vind ik het jammer dat Lans Stroeve (voor de afgelopen editie naast Maarten van der Graaff, Elmar Kuiper, Anouk Smies en Marwin Vos genomineerd) haar tweede bundel Olympisch zwemmer niet met de J.C. Bloemprijs bekroond zag. Niets ten nadele overigens van winnaar Maarten van der Graaff, die ik als een groot talent zie en die zich nu sterk aangemoedigd mag zien dat ook waar te maken. Maar Lans had net zo goed kunnen winnen, en gelukkig wijzen de diverse lovende recensie daar ook op zodat zij zich ook zonder die prijs en daarbij horende premie eveneens gestimuleerd mag weten.

Al in 2007 verscheen bij De Arbeiderspers haar eerste bundel, Leerling in de tijd. Het was haar officiële debuut als dichter in de Nederlandse letteren. Officieel, omdat Lans eerder al in eigen beheer en/of bibliofiel werk had uitgegeven (wat ze nog steeds weleens doet, bijvoorbeeld bij Studio 3005, de uitgeverij van Marc Vleugels). Maar om in sporttermen te spreken: dat waren en zijn (soms prachtige) vriendschappelijke wedstrijden. Maar ze zijn niet voor het echie.

Olympisch zwemmer is dat wel. Bij verschijning in het najaar van 2015 zei ik op de boekpresentatie bij Perdu in Amsterdam: ‘Met die bundel kan ze prijzen winnen, kan ze bij wijze van spreken wereldkampioen worden in de poëzie. Regenboogtrui voor Stroeve! Nu we toch de sportwereld als referentiekader hebben – en de titel van de bundel geeft daar ook alle aanleiding toe – wordt het tijd om vast te stellen dat er twee olympiaden zijn verstreken sinds het debuut van Lans.

Het is niet eens zo gek om in zulke tijdvakken te denken. De gemiddelde dichter bij De Arbeiderspers publiceert ongeveer elke vier jaar een nieuwe bundel. Als je het zo bekijkt liet Lans Stroeve vier jaar geleden dus verstek gaan, gaf ze niet thuis, was ze bij gebrek aan klinkende uitslagen (gedichten) niet geselecteerd. Olympische limiet niet gehaald, geblesseerd geraakt, langdurige vormcrisis gehad of misschien gewoon heel rustig naar een nieuw niveau toegewerkt?

Ik veronderstel dat vooral dat laatste een doorslaggevende factor is geweest, want met Olympisch zwemmer bewijst Lans wat mij betreft – en ik geef toe dat ik parti pris ben – dat de lange radiostilte niet voor niets is geweest. Olympisch zwemmer is volgens ons, de technische staf van haar club, een regelrechte een kandidaat voor het ereplankier, een medaillekanshebber. Vooral op de wisselslag lijken haar kansen groot. Want als er iets blijkt uit deze bundel is het wel de veelzijdigheid van deze atlete. Met evenveel gemak hanteert Lans Stroeve de strakke en ingehouden vorm van de schoolslag als de exuberante, wijd uitwaaierende vrije slag. Ook op de ingewikkelder technische onderdelen als de vlinderslag (‘vlieg in tomeloze duisternis de vlinderslag/ versneld tegen de grond’) en de rugslag (‘omgekeerd leven, als een vleermuis ondersteboven hangen’) toont ze zich zeer vaardig. Bovendien durft ze tempowisselingen aan door binnen haar baan met wit te spelen en te variëren in regelafstand. En niet alleen in het korte vijftigmeter bad. Er worden hier heel wat gedichten gezwommen die blijk geven van duur- en uithoudingsvermogen, die zich feitelijk afspelen in open water. Variatie is de grote kracht van deze Olympisch zwemmer, ook in thematisch opzicht.’

Lex Jansen, uitgever van De Arbeiderspers toen Lans Stroeve aan deze tweede bundel zat te werken en in die tijd ook haar redacteur, schreef haar op 6 mei 2014, toen ze de min of meer definitieve versie van de bundel had ingeleverd: ‘Ik heb de afgelopen dagen steeds weer je poëzie gelezen en je gedichten bevallen me zeer. Een aantal gedichten is verrassend anders dan wat ik van je ken. Ik vind het mooi hoe je de tijd vooraf, het “nu” en de tijd die volgt in één samenhang probeert te vangen. Omdat ik dat een paar keer tegenkwam, moest ik denken aan een boek dat ik kortgeleden las. De titel is Wat is leven? Queeste van een bioloog van bioloog en filosoof Arjen Mulder. Hij heeft het daarin over een driedelige structuur van de tijd: retentie, het nu, protentie. In ieder deel afzonderlijk zijn alle drie de delen aanwezig. Dat zie ik ook in een aantal van je gedichten.’

Dichter en criticus Eppie Dam (Dagblad van het Noorden/Leeuwarder Courant) waardeerde Olympisch zwemmer met vijf sterren en schreef: ‘De poëzie van Lans Stroeve troost en verontrust, is open en ondoordringbaar, ontwapenend en verhullend, meeslepend en weerbarstig. Nooit eenvoudig, maar feilloos in te voelen voor wie het leven vreest en omarmt. Intussen blijft de eenzaamheid, en lijkt de hang naar het absolute bij uitstek gerelateerd aan de kunst van het woord: “Het is in helderheid en tijd/ tot op het bot alleen/ lichtgevend, ervan dromend als de sterren/ om gezien te zijn. Kijk// hier licht een poëzie.”

Nicolas Verscheure in het blad Vlaanderen noemt de bundel subliem maar ook donker ‘doordat Stroeve op een cynische manier de dood in al haar facetten gadeslaat’. Zijn conclusie: ‘Dit is volstrekt intelligente poëzie die de lezer op het gepaste moment een ware uppercut toedient’. In Awater schaarde Kiki Coumans de bundel onder de allerbeste van het jaar en dat vond dus ook de jury van de J.C. Bloemprijs die de nominatie van Lans Stroeve als volgt beargumenteerde: ‘Haar poëzie gaat onmiskenbaar over eeuwige onderwerpen als verdriet, dood en verlies. Niet toevallig dat Stroeve weleens spreekt bij het ten grave dragen van eenzaam gestorvenen (Eenzame Uitvaart). Het geeft troost, kracht en ten slotte ook berusting om zo te kunnen dichten: “Ik ben nog hier – aan deze kant van de waterlijn/ waar achter dode vrienden zwijgend kijken/ en glimlach vast in het vooruitzicht.”’

Met of zonder J.C. Bloemprijs: Lans Stroeve moet ook na Olympisch zwemmer nog lang blijven doorzwemmen, ‘aan deze kant van de waterlijn’, in grote open wateren, alle mogelijke slagen uitproberend.

 

Stroeve_Lans_Olympischvdh9789029539449

Advertenties