Het heeft niets met de herdenking van de Russische revolutie maar alles met Kolja, de nieuwe roman van Arthur Japin, te maken dat ik de afgelopen weken bijna dagelijks wel een keer aan ’t Rusland moest denken. Die gedachte is verbonden met een keten associaties: Kolja, Petersburg (waar een groot deel van die nieuwe roman over de gebroeders Tsjaikovski, de raadselachtige dood van Pjotr Iljitsj en een dove jongen, Kolja, over wie Modest, broer van de componist, zich ontfermde en die hij leerde spreken en liplezen, zich afspeelt), Hermitage, ’t Rusland, Japins roman Een schitterend gebrek en de literair-katholieke wandeling die ik de afgelopen jaren gemiddeld een keer of zes per week – want op sommige dagen heen en terug – maakte tussen metrostation Nieuwmarkt en het Spui. Maakte, want die wandeling is voorgoed verleden tijd sinds we met de Singel Uitgeverijen, waarvan De Arbeiderspers onderdeel is, zijn verhuisd naar de Weteringschans. Om die reden heeft mijn literair-katholieke wandeling plaatsgemaakt voor een wat rechtlijnige fin de siècle-promenade van metrostation Weesperplein naar de Weteringschans, die tevens over de Sarphatistraat, de Amstel en langs het Fredriksplein voert. Ik kan best enig begrip opbrengen – zeker als ik me in zijn tijd probeer te verplaatsen – voor ‘den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond’ (zo wonderlijk was die kerel nou ook weer niet, meneer Nescio – de brede straat met zijn majestueuze bomen, geflankeerd door imposante herenhuizen, biedt de aanblik van een Parijse boulevard, een Amstel overstekend die zich daar weelderig uitstrekt, het Amstel Hotel zelfgenoegzaam tronend aan zijn rechteroever: je zou van minder onder de indruk kunnen raken), maar geef mij maar het stiefeltochtje over de grachtjes en steegjes van middeleeuws Amsterdam – die me dus ook over ’t Rusland deden gaan.

En vooruit, daarom, nog één keer dan. For sentimental reasons. En uit het hoofd. Van de Nieuwmarkt naar het Spui, een wandeling die ongeveer twaalf minuten beslaat.

vdh9789029509923

Metrohalte Nieuwmarkt
Nieuwe Hoogstraat
Om de hoek, in de Sint Antoniesbreestraat, Pantheon Boekhandel waar ik vaak kwam in de tijd dat ik, tussen 1992 en 1995, voor Vrij Nederland schreef en mijn kopij kwam inleveren of spullen kwam ophalen.

Zuiderkerkhof
Ik kan er niet overheen lopen zonder een korte gedachte te spenderen aan de mij beminde Jean-Paul Franssens. Jean-Paul woonde en werkte hier, tot aan zijn dood in 2003, in zijn huis met inpandig atelier op nummer een. En hij maakte er allerminst een geheim van dat hij daar woonde, getuige de titel van de eerste Privé-domein van zijn hand: Zuiderkerkhof 1.

hij maakte er evenmin

Hij maakte er evenmin een geheim van er af en toe de pest aan te hebben dat hij daar woonde: ‘Vannacht heb ik weer eens geen oog kunnen dichtdoen. Soms, als ik geluk heb, kan ik in één ruk doorslapen, maar o wee als het tegenzit, dan ben ik mooi in de aap gelogeerd. Schreeuwen en tieren voor mijn deur.’ […] ‘Junks, junks en nog eens junks bepalen het leven in de Nieuwmarktbuurt waar ik woon.’ (Zuiderkerkhof 1)

Als ik thuis aan mijn bureau gezeten, waar ik nu aan het schrijven ben, mijn ogen opsla kijk ik recht tegen een schilderij aan van Jean-Paul Franssens: figuur in een bootje meert aan bij een eiland met hoge torens en palmen die lijken te groeien op een mannelijk geslacht. Enfin, niet iedereen vindt het mooi. Ik wel.

zanddwarsstraat

Zanddwarsstraat
Zandstraat
Raamgracht
Daar, aan de overkant op nummer 4, kwam ik gedurende de eerste helft van de jaren negentig, vrijwel wekelijks om kopij in te leveren voor de ‘Republiek der Letteren’ (bij Carel Peeters en Diny Schouten) of, veel minder vaak (bij Joop van Tijn), voor kopij in de rest van het blad, dan wel om de nieuwste (literaire) roddels te vernemen, boeken op te halen en eventueel de enveloppe met tips van Jacco Groot voor ‘Ter Zake’ (in ruil voor een blijvende en permanente persoonlijke afwezigheid in die literaire rubriek) of voor een gang naar het archief van VN waar Martin Koomen meestal binnen de kortste keren voor je had gevonden wat je zocht.

kloveniersburgwal

Kloveniersburgwal
Als je vanaf de Raamgracht de Kloveniersburgwal oploopt en dan het bruggetje oversteekt, zie je links in de verte Hotel de l’Europe liggen. En als ik l’Europe zie liggen is er altijd even een vage notie aan Heere Heeresma en de keren dat ik daar met hem heb gezeten, en vooral aan die ene keer dat hij een geweldige trek had in erwtensoep. En waarom? Omdat hij die dag naar eigen zeggen een roomse reis had gemaakt. Al voor het ochtendkrieken had hij die stervenskoude dag zijn sponde moeten verlaten om vanuit zijn Noord-Groningse gehucht achter op een rammelende melkkar naar Groningen te reizen alwaar hij een uur op de trein had moeten wachten die hem vervolgens langs vele stations en met veel vertraging naar Amsterdam had gebracht.

Maar behalve met de lustig fabulerende Heeresma breng ik het hotel ook altijd in verband met Marcel Proust. In oktober 1902 maakte Proust een reis door de Lage Landen. Hij bezocht in Brugge een tentoonstelling van Vlaamse Primitieven en verbleef in Antwerpen, Dordrecht en Delft. Maar dus ook in Amsterdam, waar hij in het Hotel de l’Europe logeerde. Vandaaruit maakte hij een dagtochtje met een trekschuit naar Volendam en eveneens vandaaruit ging hij naar Den Haag om ‘Het gezicht op Delft’ van Vermeer te bewonderen. En naar Haarlem voor de Frans Hals collectie. De l’Europe beviel hem niet in alle opzichten. Aan zijn moeder schreef hij: ‘Het hotel is zo krankzinnig duur dat Fénelon de laatste paar dagen zijn maaltijden elders gebruikt heeft, om geen tien franc te hoeven betalen voor een eenvoudige maaltijd.’ (Marcel Proust, Brieven 1885-1906, Privé-domein nr. 105, vertaald door Joyce & Co.)

Nog een stuk daarachter, in zuidwestelijke richting – associatie vanwege Vermeer en Hals – ligt de Hermitage waar vandaag (6 oktober 2017) – een tentoonstelling met en over ‘Hollandse meesters’ opent. Maar de Hermitage (Amstelhof) was in Prousts tijd nog een verpleeghuis.

rusland

Rusland
Als je de brug over de Kloveniersburgwal bent overgestoken, beland je (daar is ie dan) op ’t Rusland. Het is een straat die misschien nog geen honderd meter lang is, maar toch is ze heel breed. Dat komt doordat op de ene helft ervan tot ergens in de zestiende eeuw de Raamsloot lag die vervolgens gedempt is. Ik heb altijd gedacht dat de naam van de straat verband hield met het Rusland ten tijde van tsaar Peter de Grote, die immers een periode in Nederland doorbracht, maar het heeft te maken met de naam van een straat op die plek die al voorkwam in een akte uit 1403, namelijk de Willen Ruusschentuin die langzaam via ’t Russeland tot de huidige naam is verbasterd. Overigens weten we nu door Kolja (uit interviews met Arthur Japin naar aanleiding van het boek) dat de rigide en geïnstitutionaliseerde Russische homovijandigheid door niemand minder dan diezelfde Peter de Grote destijds uit Amsterdam en omstreken is geëxporteerd naar Rusland, waar homofobie en erger ook onder Poetin welig tiert.

De veronderstelde link met Peter de Grote en de achttiende eeuw vindt zijn oorsprong in mijn brein misschien ook wel door de andere beroemde roman van Arthur Japin, Een schitterend gebrek, want daar is ‘t Rusland de straat waarin Lucia, de jeugdliefde van Giacomo Casanova, in 1758 woont (nadat ze eerder een tijdlang in het nabijgelegen spinhuis heeft moeten vertoeven). Een hernieuwde ontmoeting met Casanova (vele jaren na hun jeugdromance in Venetië en op een moment waarop hij haar niet meer herkent vanwege de verminking van haar gezicht door de pokken) speelt zich eraf:

‘Zo ook die avond waarvan ik heb verteld, toen de volwassen Giacomo de jonge voor mijn ogen doodde. Het gebeurde voor mijn eigen woning terwijl wij afscheid namen in de regen.

“Zij was een vrouw,” zei hij alleen. Dit was zijn verklaring voor het feit dat hij mij indertijd bij zijn terugkeer naar Pasiano in het voorjaar niet had aangetroffen.

“Zij was een vrouw.” Ik sloot de deur nog zonder iets te zeggen en luisterde daarachter hoe zijn voetstappen zich over ’t Rusland verwijderden.’

Wellicht in de richting van een van de mooiste gevels op ’t Rusland: die van een inmiddels al lang niet meer als zodanig functionerende drukkerij die er ten tijde van Lucia echter nog maar een jaar of zestien eerder zijn intrek had genomen. Op het fraaie houten afdak boven de begane grond prijkt een tekst waaruit blijkt dat de drukker, waarvan de naam mij is ontschoten, er sinds 1742 gevestigd is en voordien zetelde in de Warmoesstraat.

oudezijdsachterburgwal

Oudezijdsachterburgwal
Sint Agnietenstraat
Aan de namen van de straatjes kan je horen dat het Oudezijdsgedeelte van Amsterdam veel katholieke restanten telt.

Oudezijdsvoorburgwal
Op dit fraaie en rustige stuk (zie de foto) is de wal volkomen vrij van bierkaai, seksshop en drugstoerist.
makelaarsbruggetjes

Makelaarsbruggetje
Rijksmonument van gietijzer uit de late negentiende eeuw. Gebouwd door tabaksmakelaar Frits Olie omdat hij een kortere route wilde tussen de kantoren van de tabakshandelaren aan de oneven kant van de Oudezijds Voorburgwal en de tabaksveiling, die toen plaatsvond in Frascati aan de Nes.

sint barbarenstraat

Sint Barberenstraat
Nes
De straat waar Gerbrand Adriaenszoon Bredero’s geboortehuis heeft gestaan. Het huis naast dat van Bredero was het trefpunt van rederijkerskamer d’Egelantier. Toen Bredero er in 1585 geboren werd, huurde de familie dat huis net een jaar. Ze bleven daar wonen tot 1602, toen zijn vader, die blijkbaar enig fortuin had gemaakt, een huis kocht aan de Oudezijdsvoorburgwal, waar Bredero zijn verdere leven heeft gewoond. Een ras Amsterdammer dus die zijn Spaanschen Brabander de Amsterdammers niettemin als volgt liet typeren: ‘’t Is wel een schoone stad, moor ’t volcxken is te vies.

En geloof het of niet (ik heb de kennis uit de eerste hand), maar ook de voorzaten van Arthur Japin, hugenoten, woonden in dit stuk van Amsterdam. Toen Lodewijk XIV de geloofsvervolgingen hernieuwde en verhevigde vluchtte François Japin naar Amsterdam. Eind 1685 vestigde hij zich als poorter in de Nes tegenover De Stad Lyon, een logementsherberg. De Japins werden actieve leden van de Waalse kerk aan de Oudezijdsachterburgwal.

kalfsvelsteeg 

Kalfsvelsteeg
Rokin
Daar waar het water het rak in loopt (nou ja, liep) en waar ik al wandelend op uitkom zo’n beetje ter hoogte van tabakswinkel Hajenius waar (in elk geval) Koos van Zomeren bij een bezoek nog weleens sigaren wilde aanschaffen alvorens naar Woerden of Arnhem terug te keren.

Waterstraat
Beland op het terrein van de Stille Omgang, de processie door de oude Amsterdamse binnenstad ter herdenking van het hostiewonder in de Kalverstraat uit 1345 (zoek dat verder zelf maar op).

Kalverstraat
Ook hier of althans rond de door toeristen en dagjesvolk overspoelde koopgoot van Amsterdam, speelt zich een scène uit Een schitterend gebrek af. Kennelijk opereerden de prostituees in de tweede helft van de achttiende eeuw aan die kant van de wallen: ‘Een van hen joelde dat hij zijn twee stuivers terug wilde wanneer de hoeren zich gedeisd bleven houden. Een ander viel hem bij door te roepen dat hun zusters op de kruisbaan een stuk minder lui waren en in de stegen van de Kalverstraat al klaar stonden om passanten voor datzelfde geld “een handje” te geven.’

Begijnensteeg
Precies daar, in de steeg met die devote klank, bevindt zich een van de vermaardste (literaire) kroegen van de stad met een van de meest tot de verbeelding sprekende namen: de Engelsche Reet, ofte wel (maar niemand die het zo noemt) De Pilsener Club. Je drinkt er inderdaad zeer goede pilsen uit solide vaasjes, er zit altijd wel een schrijver op een van de krakkemikkige stoelen aan een van de verschaald ogende en riekende tafeltjes (een kroeg dus naar het hart van Midas Dekkers) en wij – ik bedoel mijn collega’s van de Singel Uitgeverijen en ik – erkenden dit café een kleine twee jaar als onze stamkroeg. En wij hadden aan een half woord genoeg. Wij gingen naar de Reet, wij gingen steevast Reetwaarts. Vroeger, tot aan zijn dood, sprak ik er altijd en op diens aandringen met Paul Marijnis af als die uit Leiden naar Amsterdam kwam, maar hij kende dan ook de reputatie van de Engelsche Reet en van het literaire gehalte ervan sinds Slauerhoff en anderen. Het is dus geen toeval dat ik er tegenwoordig al een paar keer met Wim Hazeu (de biograaf van) heb afgesproken.

Gedempte Begijnensteeg
Spui
Eindstation of startpunt al naar gelang de looprichting. Plein van het Maagdenhuis, het lieverdje, Athenaeum Boekhandel, Café De Zwart, Grand Café du Luxembourg, Waterstone’s en  hoe-heet-die-andere Engelse boekhandel ook alweer. Enfin, noem maar op. Maar ook van (zie de foto) het Afrikahuis, waar in de jaren zeventig en tachtig nog boekhandel Scheltema gevestigd was en thans Esprit. Maar dáár, in datzelfde Afrikahuis op de vierde en vijfde verdieping, zaten wij – Nijgh & Van Ditmar, Querido, Athenaeum, De Geus, Uitgeverij Q, Brave New Books, Querido Academie en De Arbeiderspers – tussen 1 januari 2015 en 1 mei 2017. Toen we er net onze intrek hadden genomen hoorden we via-via dat onze twee verdiepingen een tijdlang leeg hadden gestaan, maar dat er daarvoor een Russisch bedrijfje in had gehuisd. Een producent van pornofilms. Russische porno aan het Spui. Rusland en seks – daar is dit verhaal toch een beetje op uitgelopen. Was niet echt de bedoeling.

spui.jpg

 

 

Advertenties