Als een draai om de oren, zo voelde die beschouwing van Olaf Tempelman in de Volkskrant van 16 december onder de kop ‘Superlatieven schieten tekort!’. Waarover dat ging? Over de steeds uitbundiger wordende aanprijzingen op boekomslagen. Uitgevers zijn een soort zichzelf constant overschreeuwende meloenenverkopers geworden, zonder gevoel voor raffinement, talent om te verleiden of te doseren. Alles is almaar even… uniek en ultiem.

Tempelman wil er niet meer in trappen, en gelijk heeft hij. Wij, uitgevers, gedragen ons al te vaak als die – laten we hem onze eeuwig overenthousiaste, elke conversatie annexerende oom noemen (maar je hebt in je eigen kring vast iemand anders of je moet nu schuldbewust aan jezelf denken) – die altijd alles wat hij gelezen en gezien heeft, iedere metropool of buitenpost waar hij zijn hoef heeft gezet verabsoluteert in lofgezangen die ons aanvankelijk steeds weer met verpletterende schaamte achterlaten. Wij onwetenden, ongeletterden, ongelikten – wij hebben nog een hoop in te halen. Maar hoe vaak komt het niet voor dat, als we dat eenmaal gedaan hebben, we onze schouders ophalen en verzuchten: ‘Was dat nou alles?’

Terwijl – met wat minder bombarie hadden we het misschien best op waarde kunnen schatten. Maar Onkel Besserwisser had onze onbevangenheid al finaal aan gruzelementen gejubeld.

En toch – nog één keer dan – kroop het bloed waar het niet meer moet gaan. (Ja, mijn goede uitgeversvoornemen voor 2018 is om de loftrompet minder obligaat, ongedifferentieerd en eentonig fortissimo te laten schallen.) Ik was namelijk diezelfde 16de december (van dat stuk van Tempelman in de zaterdagkrant) toevallig met Arthur Japin op pad voor een miniboekhandelstournee die ik niet beter zou kunnen omschrijven dan als een Ronde van ’t Gooi. Japin deed vier boekhandels aan waar hij een korte lezing gaf over zijn nieuwe roman Kolja en vervolgens signeerde en een praatje maakte met zijn fans. Ik was die dag zijn chauffeur.

Ik wist die dag ook al dat we het jaar weer netjes volgens begroting en met een bescheiden positief resultaat, zij het met hangen en wurgen, zouden afsluiten. En ik wist ook dat de gemiddelde boekhandel dat misschien nog niet eens zou kunnen zeggen. Het was weer geen makkelijk jaar geweest, had ik verschillende boekverkopers horen verzuchten. Zo’n waanzinnige eindsprint als vorig jaar, met dat boek van Astrid Holleeder, zat er dit jaar niet in. Ja, Dan Brown verkoopt lekker, maar kan de vergelijking met Holleeder niet doorstaan, laat staan die nieuwe Holleeder: ‘Een pingpongbal vergelijken met een voetbal!’

Wat doe je dan – als betrokken burger? Als cultureel gutmensch? Dan steun je de goede zaak, al was het maar uit welbegrepen eigenbelang. Dus nam ik me voor die dag in elk van de vier boekhandels een boek te kopen. In Amersfoort, bij boekhandel Veenendaal, moest ik me al reppen. Het duurde zolang eer ik daar, in de middeleeuwse binnenstad, een parkeerplek had gevonden dat Arthur klaar was met zijn lezing (boven in de winkel) en al de trappen afdaalde om te komen signeren met in zijn kielzog tientallen lezers die in alle vroegte waren komen opdraven. En ook los daarvan was het bij Veenendaal die vroege ochtend al een drukte van belang. Ik kocht er Nobel streven van Frits van Oostrom, bij wie ik begin jaren tachtig nog werkcolleges middeleeuwse letterkunde had gevolgd, onder andere over de stoplappen in Karel ende Elegast. En Slingerbeweging van György Konrád, die weliswaar niet meer de schrijver is van boeken als De bezoeker en Tuinfeest, maar dit boek (afgeprijsd, daarom telde het ook als half) over de invloed van de Hongaarse geschiedenis op zijn eigen leven interesseerde me toch.

Op naar boekhandel Bouwman in De Bilt, waar rond het middaguur opnieuw een trouwe schare Japin-lezers achter in de winkel op hem zat wachten. Ook hier gezellige drukte, ook vanwege de lui die aanvankelijk niet voor Japin kwamen, zoals (net als in Amersfoort) een dame die tot haar grote vreugde bij toeval op haar signerende favoriete auteur stuitte. Bij Bouwman kocht ik Philipp Bloms Wat op het spel staat, auteur van De duizelingwekkende jaren, een boek dat ik jaren geleden met veel plezier gelezen had. En nou ja, omdat het niet voor mezelf was maar voor mijn dochter schafte ik ook De heilige Rita van Tommy Wieringa aan.

En voort ging het, naar Bussum waar Arthur bij boekhandel Los tijdens het spitsuur helemaal, nou ja los ging. Drommen mensen daar, wel tien man personeel achter de pinautomaten (die zouden rinkelen als ze dat zouden kunnen). En dat – ik wil niemand voor het hoofd stoten – in de provincie! Van pure weeromstuit kocht ik van Robert Seethaler De Weense sigarenboer (waarover ik in NRC een recensie van Marco Kamphuis had gelezen) en (omdat een Rainbow-pocket niet echt telt) Winesburg, Ohio, een nooit gelezen klassieker van Sherwood Anderson.

Verlicht en lichter legden we de laatste etappe af naar Baarn voor een bezoek aan de wonderschone boekhandel Den Boer. Om ons nog een laatste keer, het begon al te schemeren, onder te dompelen in de drukte. In Baarn legde ik de hand op Wedervaring van Bodo Kirchhoff, een Duitse schrijver die ik al sinds eind jaren tachtig volg (als ik me daarmee kan verantwoorden). Tja, en nu ik voor mijn dochter al een boek had gekocht, moest ik toch ook iets voor vrouw en zoon meenemen. Zo kwam ik nog thuis met (voor mijn zoon) het boek van onze goede vriend Edwin Krijgsman, Ben ik nou zo slim? (over de taal van Louis van Gaal), en (voor mijn vrouw, maar stiekem omdat ik zelf toch langzamerhand ook eens wil weten waar die hype op berust) De geniale vriendin van Elena Ferrante.

Nog één keer (en ook om het af te leren) schoten superlatieven tekort. Wat zijn er toch nog goede en gepassioneerde boekverkopers, nog veel mooie boekwinkels met adembenemende assortimenten, nog hordes gretige lezers die met stapels boeken de winkel uitlopen. Wat hebben we toch een schitterend vak! En hoe krijgen we het volk dat hiervan nog onwetend is komend jaar de boekwinkels in? Niet door luid te trompetteren dus, maar door ze te verleiden zonder dat ze het in de smiezen hebben. Door het te brengen in de vorm van een waarschuwing bijvoorbeeld, voor de thrillseekers: ‘Berg u voor de goede boekhandel. Het zijn sinistere voorraadschuren waar je alles vindt wat je nooit hebt gezocht.’ Of voor degenen die juist op zoek zijn naar sereniteit en stilte: ‘Kom naar de boekhandel tussen half januari en begin maart: een oase van rust!’

 

*Met dank voor de gastvrijheid en hun enthousiasme aan alle boekverkopers van Boekhandel Veenendaal, Boekhandel Bouwman, Boekhandel Los en Boekhandel Den Boer.

Advertenties