Bij de dood van Paul Otchakovsky-Laurens (1944-2018)

tentije

Om en nabij is de vooralsnog laatste dichtbundel van Hans Tentije wiens oeuvre, grotendeels gewijd aan de poëzie, zondag 21 januari 2018 in Den Haag bekroond werd met de Constantijn Huygens-prijs. De omslagfoto van die bundel, zo lezen we in de verantwoording achterin, toont de bovenzaal van Hotel Reale te Asti, Italië. De lege, ouderwets ingerichte ruimte ademt met zijn auberginekleurig gecapitonneerde wanden, de met gesteven linnen overdekte ronde tafels omgeven door donkerbruine stoelen, zijn zware, vermoedelijk fluwelen gordijnen en de twee strepen zwak daglicht die daar doorheen vallen een sfeer van vergane glorie, nog versterkt door die titel – een van weemoed zacht zuchtende en knerpende titel. Om en nabij. Tentije (1944) las er, nadat hij de prijs in ontvangst had genomen, sonoor en breekbaar op cello begeleid door Ernst Reijseger, het laatste gedicht, ‘Van over zee’ geheten, uit voor. Ik citeer het hier in zijn geheel:

 

Een strijklicht dat zijn schaduwen uitstrekt

naar onbereikbaar geworden, al verwilderde plekken

om wat zich er ooit voltrokken heeft

en misschien nog steeds niet is gewist –

 

met de wolken wegdrijvende, weer te binnen

geschoten, willekeurige, grillige momenten, maar er is zoveel

horizon waarachter ze vervolgens

moeten verdwijnen, terwijl een afgelegen

landschap als dit ze zich zelfs

zou horen te herinneren

 

als het kijken eindelijk het vergeten inwilligt

zijn alle beelden teruggebracht

tot hun essentie, het onderhuidse waar elk woord, elk lied

immer uit voortgekomen is

 

in een van over zee, van over duinvalleien

en verstuivingen komend licht, dat alles verheldert

maar niets verklaart

 

Terwijl Tentije zijn gedicht voorlas dreven mijn gedachten weg naar de Franse uitgever Paul Otchakovsky-Laurens. Hij overleed op 2 januari, ver van huis en overzee, ten gevolge van een noodlottig verkeersongeval tijdens een vakantie in Marie-Galante op Guadeloupe. Hij was drieënzeventig jaar en van hetzelfde geboortejaar als Hans Tentije. Dat u lezer – er gemakshalve van uitgaande dat u een Nederlander of een Vlaming bent – hem niet kent (u hoort hierin een licht verwijt doorklinken) zou hém weinig hebben gedeerd. Paul streefde niet naar persoonlijke roem en was zeer onfrans in zijn bescheidenheid. Hij kwam zelfs enigszins timide over in het sociale verkeer. Ik heb hem tientallen malen ontmoet tussen najaar 1995 en afgelopen herfst, meestal op zijn paar vierkante meter in de stand waar de Franse literaire uitgevers zich op de Buchmesse in Frankfurt gemeenschappelijk presenteren of op zijn uitgeverij (P.O.L) aan de rue Saint-André-des-Arts in Parijs, in het kantoortje van (vroeger Frédéric Maria en nu al sinds vele jaren) Vibeke Madsen, die de buitenlandse rechten van P.O.L vertegenwoordigt. Daar schoof hij dan meestal na een kwartiertje ietwat aarzelend naar binnen met een espresso en (indertijd) een sigaret in de aanslag. Hij vulde schoorvoetend aan wat Vibeke over de nieuwe boeken te berde bracht, maar als hij eenmaal op stoom was gekomen, was er meestal geen houden meer aan. Dat alles speelde zich steevast af in een conversatie die afwisselend in het Engels (waarin ik mij iets bekwamer voelde) en het Frans (zijn talige comfortzone) geschiedde.

Paul Otchakovsky-Laurens raakte als éditeur bekend toen hij bij Hachette werkte waar hij een eigen reeks had onder de naam ‘Collection P.O.L’ en redacteur was van grootheden als Marguerite Duras en Georges Perec, van wie hij onder meer Het leven, een gebruiksaanwijzing uitgaf, een van de grote meesterwerken uit de twintigste-eeuwse literatuur. Getriggerd door de dood van zijn poulain Perec (1982) en geërgerd door de opgedreven rendementseisen van Hachette, richtte hij in 1983 uitgeverij P.O.L op. De letters vormen, voor wie het nog niet had opgemerkt, de initialen van zijn naam. In dat opzicht was hij dan weer zeer zelfbewust. Terecht, want ook onder volledig eigen vlag zijn onder zijn hoede schrijvers groot geworden. En enkele daarvan werden en worden door De Arbeiderspers uitgegeven: Emmanuel Carrère (zijn Sneeuwklas was een van mijn eerste buitenlandse acquisities), Robert Bober ( Nog nieuws over de oorlog?; Bober was primair documentairefilmmaker en heeft samen met Georges Perec een documentaire over Ellis Island gemaakt met een bijbehorend boek onder de titel Récits d’Ellis Island) en natuurlijk Marie Darrieussecq (auteur van onder andere Zeugzoenen, Je moet veel van mannen houden en Hier zijn is heerlijk, over de Duitse schilderes Paula Modersohn-Becker). Maar er waren en zijn nog zoveel andere auteurs die bij hem een solide onderdak vonden. Paul was een uitgever met een zeer brede smaak (de auteurs die hij publiceerde vallen bepaald niet onder één literaire of politieke noemer te vatten), maar op dat brede terrein was hij met zijn fijne neus voor stilistische kwaliteiten en zijn hang naar idiosyncratische verbeeldingswerelden zeer kieskeurig.

 

PAUL
Paul Otchakovsky-Laurens (c) Editions P.O.L.

 

Ik heb heel wat door Paul gerecommandeerde boeken gelezen en zeer gewaardeerd die we toch niet hebben uitgegeven. Of preciezer – die ik, bij een gevreesd gebrek aan Nederlandstalige lezers, niet heb durven uitgeven, maar waarvan ik ook geen afstand heb kunnen doen: Acné festival van Iegor Gran, een groteske roman over een paleontoloog die paradoxaal genoeg door een promotie op zijn werk in een bureaucratische maalstroom terechtkomt die hem te gronde richt; La Gloire des Pythre van de reactionaire Richard Millet, een omvangrijke rurale roman, spelend in de verste uithoeken van het Centraal Massief, die reminiscenties oproept aan John Bergers trilogie De vrucht van hun arbeid; of La Traversée de la France à la nage van Pierre Patrolin, een krankjorum, kolossaal boek (is het wel een roman?) waarin de hoofdpersoon (een ik-figuur) zwemmend van rivier naar rivier heel Frankrijk doorkruist. Een ongekende leeservaring! Al die boeken staan nog steeds in mijn boekenkast. Paul was ook de uitgever van, op z’n minst in Frankrijk zeer gerenommeerde schrijvers als Jean Rolin, Martin Winckler, Leslie Kaplan, Frédéric Boyer, Atiq Rahimi, Camille Laurens, Christine Montalbetti, Patrick Lapeyre en dozijnen anderen.

Paul Otchakovsky-Laurens werd – ik ontleen deze kennis grotendeels aan de krantenberichten die in Frankrijk na zijn dood gepubliceerd werden – op 10 oktober 1944 geboren in Valréas (in de Vaucluse) als zoon van de joods-Franse, uit Bessarabië (in het huidige Moldavië) afkomstige kunstschilder Zelman Otchakovsky. Toen Paul nog maar drie maanden oud was overleed zijn vader aan de gevolgen van een hartaanval en vertrouwde zijn moeder, een lerares Frans en klassieke talen, hem toe aan de zorg van een nicht, Berthe Laurens, wier achternaam hij adopteerde en toevoegde aan zijn eigen naam. Dat klinkt als een prille jeugd die ernstige en onuitwisbare schroeiplekken op de ziel moet hebben achtergelaten. Paul ontwikkelde zich (zoals het een uitgever in hart en nieren betaamt) in de allereerste plaats als een lezer, een verwoed lezer, een welhaast maniakale lezer. Er zijn foto’s waarop hij met een hele stapel manuscripten op schoot zit. Ik zag een filmpje waarin de karrevrachten aan hem gezonden manuscripten maltentig geordend op planken staan als betrof het een kostbare bibliotheek. In diverse berichten in Franse media naar aanleiding van zijn overlijden werd gememoreerd dat Paul in een interview in Le Monde afgelopen november heeft gezegd dat lezen (en vervolgens het uitgeven van boeken) in zekere zin zijn leven heeft gered. Hij legde daarbij een verband met het (seksueel) misbruik waarvan hij als dertienjarige slachtoffer is geweest. In Le Monde staat dat zo: ‘Publier les livres écrits par d’autres lui avait “sauvé la vie”. Victime à 13 ans d’un abus sur lequel il avait dû garder le silence, il avait réussi à s’exprimer par la voix d’écrivains: “C’est la solution que j’ai trouvée pour ne pas devenir fou, pour rester à peu près maître de ce que je faisais.”’

Toen het nieuws van zijn overlijden doordrong schreef Françoise Nyssen, de huidige Franse minister van cultuur en tot voor kort uitgeefdirecteur van Actes Sud (de Franse uitgever van onder anderen Anna Enquist, Abdelkader Benali en Cees Nooteboom): ‘Paul Otchakovsky-Laurens est mort. Très grand éditeur, découvreur de tellement de talents, la France lui doit la maison P.O.L. Ma tristesse est immense, j’ai perdu un ami cher, mes pensées vont à sa femme et à toute l’équipe P.O.L.’

Je maakt een overzeese vakantiereis en je komt dood thuis. Het is een feit, maar het is onbegrijpelijk. Of, onder verwijzing naar geciteerd gedicht van Hans Tentije, het licht van over zee verheldert alles maar verklaart niets. Het is een raadsel dat hij er ineens niet meer is. Ik ben snel geneigd te denken dat iedereen vervangbaar is, maar in zijn geval staat dat nog te bezien. P.O.L droeg in zeer sterke mate de signatuur van Paul Otchakovsky-Laurens. Het verlies daar moet aanvoelen als een amputatie van hoofd en hart. Zijn uitvaart was maandag 22 januari op Père Lachaise in Parijs. Ik kon daar niet bij zijn en daarom schrijf ik dit stuk.

Onze laatste ontmoeting, in Frankfurt, was een vluchtige. Omdat ik in september in Parijs al op de uitgeverij was geweest (en kort daarna de vertaalrechten kocht voor de nieuwe roman van Marie Darrieussecq, Notre vie dans les forêts) had ik op de Buchmesse geen afspraak met P.O.L. Vlak bij de Alte Oper stond ik op groen licht te wachten bij een breed zebrapad aan een drukke verkeersweg. Ik wandelde naar een paar afspraken in de Frankfurter Hof. Aan de overkant stonden Vibeke Madsen en hij te wachten, ongetwijfeld op weg naar de Messe, waar een paar uur later de Fransen, eregast van de afgelopen Buchmesse, hun openingsprogramma hadden. We zwaaiden naar elkaar en staken elkaar een hand toe bij het oversteken. Bonjour Paul, au revoir Paul.

 

otchakovskyenperec
Paul Otchakovky-Laurens met auteur Georges Perec bij een receptie van Hachette in 1978, ter ere van het winnen van de Prix Médicis. (D.R.)

 

 

Advertenties