Het jaar was koud begonnen of het werd al zonneklaar dat Anna Enquist een nieuwe roman zo goed als af had. Hartverwarmend nieuws in donkere dagen. We rekenden uit dat dat boek – Want de avond getiteld – nog voor de zomer zou kunnen verschijnen. Dan hadden de mensen toch weer iets leuks om te lezen tijdens de vakantie. Nou ja leuk, dat stond nog maar te bezien en dat was, Enquist kennende, misschien niet de meest adequate omschrijving. Maar met enige zekerheid hadden we wel iets te bieden dat de mensen kon raken of waarin ze zichzelf zouden herkennen en dat aanleiding zou kunnen zijn tot zinvolle contemplatie. En het liefst véél mensen. Met die dingen houd je rekening als uitgever, al was het maar omdat je uit welbegrepen eigenbelang ook zelf prettig op vakantie kunt als je hele horden begerig kunt maken naar een boek. Vele jaren geleden sprak ik Joost Nijsen van Uitgeverij Podium eens vlak na de zomer op de Uitmarkt. Hij had dat jaar een megabestseller met Komt een vrouw bij de dokter van Kluun en was net terug van een waanzinnig dure en luxe vakantie aan de Amerikaanse Westkust. Lag hij daar aan het strand en viel hij gedurig weg in dutjes van een minuutje of tien. En telkens als hij daaruit ontwaakte die opbeurende gedachte: ‘Zo, weer een paar honderd Kluuns verkocht!’ Nee, chic is het niet, zo’n confessie, maar wel jaloersmakend begrijpelijk.)

Anna Enquist
Anna Enquist (foto: Bianca Sistermans)

Los van die vuige reden, leek het ons ook wel toepasselijk om een boek dat Want de avond heet en toch een zekere melancholie impliceert om het morte saison van een levensfase die stilaan richting winter strompelt nu juist te laten verschijnen rond het solstitium aan deze zijde van het jaar: de zomerzonnewende, de dagen rond de langste dag als alles is vergeven van licht en alles tiert en woekert van leven. De schrijfster van Want de avond mag dan volledig doordrongen zijn van haar herfst (of althans in die waan verkeren) en geen gelegenheid onbenut laten om erop te wijzen dat haar levensfase (en trouwens in één moeite door de hele toestand in de wereld) gelijkstaat aan neergang, afbraak, verlies, krachteloosheid en moedeloosheid: ik voel mij geroepen te wijzen op een paradox in deze voorstelling van zaken. Herinnert u zich, om te beginnen, nog de commotie die ontstond toen het indertijd spraakmakende maandblad Opzij wist te melden dat Anna Enquist ging stoppen met schrijven? Zomer 2008 was dat, tien jaar geleden, kort na de verschijning van de roman Contrapunt. Maar die gedachte bleek gebaseerd op enkele volledig uit hun context gelichte uitspraken in een interview. De kritiek op dat staaltje rampzalig hineininterpretieren in diverse andere media was dan ook fors: ‘Er spreekt weinig begrip uit voor het wezen van het schrijverschap: het komt immers vaak voor dat een auteur na het voltooien van een boek niet meteen het volgende boek op het netvlies heeft staan. Bovendien is een schrijver geen voetballer. Schrijvers kondigen zelden het einde van hun carrière aan en nemen geen afscheid in een overvol stadion.’

Zo is het maar net. Anna Enquist oud en der dagen zat, gestopt met schrijven? Mooi niet. Weinig auteurs waren sindsdien productiever dan Anna Enquist. De afgelopen tien jaar verscheen van haar respectievelijk de dichtbundel Nieuws van nergens, een boek vol monologen en portretten onder de titel Twaalf keer tucht, de cd De uittocht (muziek en teksten) samen met Ivo Janssen, de roman De verdovers, de voetbalbundel Kool!, een nieuwe aangevulde editie van haar verzamelde poëzie Gedichten 1991-2012, het poëzieweekgeschenk Een kooi van klank, de roman Kwartet, de dichtbundel Hoor de stad en – iets meer dan een jaar geleden (velen van u stonden hier toen ook om de verschijning ervan te vieren) Een tuin in de winter, de Privé-domein met haar herinneringen aan Gerrit Kouwenaar. Ik zeg zonder enige overdrijving dat er heel wat schrijvers zijn die zouden tekenen voor de productie van alleen al dat oeuvre gedurende een heel leven. Laten we ons bovendien realiseren dat die elf titels van de laatste tien jaren zijn geschreven terwijl er kleinkinderen werden geboren (die veel verstrooiende vreugde met zich meebrachten en op wie intensief gepast werd), er (tot op de dag van vandaag) een psychotherapeutische praktijk werd aangehouden en er in al die jaren ook nog veel werd gemusiceerd en opgetreden. Van wegdommelen achter uitgebloeide geraniums of mokkend en vergeetachtig naar de achterdeur sjokken is geen sprake. Lees die zo nu en dan bijna jubelend vrolijke gedichten uit Hoor de stad of lees het verrassende einde van Want de avond. Het valt onmogelijk vol te houden dat het werk van Enquist alleen maar in mineur geschreven staat, ook niet als ze dat zelf beweert.

In het schrijversleven van Anna Enquist is het onverminderd hoogzomer. Er zijn vandaag de dag nog maar weinig schrijvers van wie we bij verschijning van een nieuwe titel meteen zulke aantallen naar de winkels verslepen. En er zijn nog minder schrijvers van wie we de vertaalrechten van een boek (in dit geval heb ik het over Want de avond) nog voor het boek in de winkel ligt al hebben verkocht aan gerenommeerde buitenlandse uitgevers als Luchterhand (in Duitsland) en het tot voor kort door de huidige minister van cultuur, Françoise Nyssen, geleide Actes Sud (in Frankrijk). En daarom trekken we ons vooral niets aan van wat Anna Enquist eergisteren in Het Parool zei in een interview van Marjolijn de Cocq: ‘Die laatste levensfase, eigenlijk zou je daarover moeten schrijven. Maar dat is zo deprimerend. Ik weet niet of ik daar zin in heb. Ouder worden is verschrikkelijk. Al die boeken over “lachend tachtig worden”, die zie ik meer als collectieve afweer. Het is gewoon afzien. Er is ontzettend veel verlies. Mensen om je heen vallen weg en als je pech hebt krijg je ook nog fysieke ellende. Ik zie niet dat ik daar nou een boek over zou moeten schrijven. Bovendien: ik heb de afgelopen jaren zoveel gedaan. […] Nu maar weer een beetje regelmatig piano spelen.’ Ja, wacht even. Piano spelen. Zo zijn we niet getrouwd! Niks piano spelen. Als je niet over ouder worden wil schrijven, schrijf je maar over iets anders. Afzien is goed voor een mens en als je geen zin hebt dan maak je maar zin. Anna Enquist moet en zal, weer of geen weer, vrolijk verder schrijven.

Anna Enquist - Want de avond - Cover.jpg

Advertenties