Een week in de Tour de France – Logboek 15-20 juli 2018

In september ga ik met het oog op het boek dat ik wil schrijven een reis door Frankrijk maken. Ik ga dan op weg naar Carpentras en reis via Montpellier, Toulouse en de Pyreneeën naar Bordeaux en Tours. In die contreien speelde zich in 1970 grofweg het tweede gedeelte van de Tour de France van dat jaar af. In twee volgende reizen wil ik het resterende deel van het parcours afleggen. Mijn bedoeling is om zoveel mogelijk exact het traject van de toenmalige etappes te volgen, maar bestaan die wegen nog wel? En zo ja, hoe liggen ze er nu bij en hoe ziet het huidige landschap eruit in vergelijking met (nu bijna) een halve eeuw geleden, voor zover die vergelijking überhaupt nog kan worden gemaakt? Zouden ook deze contreien – toentertijd ongetwijfeld nog ten dele betrekkelijk ongerept – ten prooi zijn gevallen aan de moderniseringswoede van de Franse overheid? Sylvain Tesson schrijft er met iets van sarcasme over in zijn boek Ongebaande paden. Een voetreis dwars door Frankrijk. In een nog vrij recent opgesteld ambtelijk rapport, zo schrijft hij, oordeelde een batterij deskundigen ‘dat circa dertig Franse departementen tot het “onderontwikkelde platteland” behoorden. Voor hen was het platteland niet een zegen maar een vloek: het rapport betreurde de achterstand van deze gebieden, die verstoken waren van internet, snelwegen of grote steden, of die het zonder winkelcentra en overheidsdiensten moeten stellen. Dat wat wij, romantische stakkers, als een sleutel tot het aardse paradijs beschouwden – de verwildering, de ongerepte natuur, het isolement – werd op die bladzijden afgedaan als vormen van onderontwikkeling.’ Maar Tesson ervaart juist in vrijwel heel Frankrijk de kaalslag van de innovatie: ‘Wie in Flauberts voetsporen deze onafzienbare gebieden zou doorkruisen zou geen boek meer schrijven dat Par les champs et par les grèves heette, langs velden en oevers, maar het publiek eerder trakteren op een titel als Langs nieuwbouwwijken en Vinex-locaties.’ De poging die de romanticus Tesson in zijn kostelijke boek niettemin onderneemt is gericht op de bijna non-existent geworden landschappen waarin velden en oevers domineren. Hij probeert te ontkomen aan de bijna alomtegenwoordigheid van de verkavelde en met digitale infrastructuur volgeplempte ruimte door van het uiterste zuidoosten naar het noordwesten van Frankrijk te lopen over alleen onverharde wegen, dwars door de laatste resten ongerepte natuur, over soms nauwelijks begaanbaar terrein en langs barre uithoeken. Het lukt hem – in een kleine drie maanden.

Ik zal binnenkort heel Frankrijk kunnen rondreizen in een veel rapper tempo, en dan ook nog grotendeels langs de uiterste grenzen van de Franse hexagon omdat het traject van de Tour van 1970 dat nu eenmaal dicteert. Maar ik zal dan ook per auto reizen en slechts af en toe stukken per fiets afleggen; dat laatste om te kunnen begrijpen – ik noem maar wat – hoe het voor Roger de Vlaeminck voelde om over de kasseien richting Valenciennes te dokkeren, wat Eddy Merckx zou hebben kunnen ervaren toen hij het kale stuk van de Ventoux bereikte, of hoe zwaar die onbekende col (Les Mouilles) in de rit naar Thonon-les-Bains nu eigenlijk misschien wel was.

Zoals op deze blog al eens gezegd (maar toen als annonce) heb ik deze zomer al enig onvergetelijk voorwerk kunnen verrichten doordat ik – o gelukkige – de gelegenheid kreeg een weeklang met Jeroen Wielaert geaccrediteerd in de karavaan van de Tour te verkeren. De notities die ik maakte (en waarvan ik er ongetwijfeld een paar zal kunnen gebruiken voor mijn boek) staan hieronder te lezen.

 

Zondag 15 juli – Negende etappe Arras – Roubaix

Hoe vaak heb ik niet als toeschouwer bij de start of de finish van een Touretappe gestaan? Of ergens langs het parcours? En een paar keer was ik, toen die buitenkans zich voordeed, in het Village Départ en de perszaal of zelfs heel even, toen de Tour eens in Valkenburg aankwam, in een persauto (die van Jeroen Wielaert) op het parcours van de Tour, in dit geval de Cauberg. Maar vandaag gaat het echt gebeuren. Vanaf vandaag ben ik een weeklang, in het gezelschap van diezelfde Jeroen Wielaert, in de Tour, in de karavaan, bij de koers, achter de meet waar de renners direct na de etappe worden opgewacht door duwende, trekkende en hollende horden perslieden.

10.52 uur. In de trein vanuit Roosendaal op weg naar Vlissingen, om preciezer te zijn Rilland, 25 graden.

De reclamekaravaan, zie ik op de routekaart met de tijdschema’s in het officiële Roadbook van de Tour, is net op gang getrokken. Als alles gaat zoals afgesproken, staat Jeroen Wielaert mij om 12.11 uur op te wachten aan de Veerhaven van Breskens.

Een zomerblauwe zeelucht (zo een die me altijd weer aan mijn vroegste kinderjaren herinnert, ongetwijfeld omdat zo’n lucht een van de grote eerste indrukken zal zijn geweest), en tegelijk: heiig, en stoffig want kurkdroog.

11.04 uur. Kruiningen. Het land van Jan Raas (nou ja, Heinkenszand).

12.10 uur. Op de achtersteven van de veerboot naar Breskens, de blik gericht op Vlissingen, zie ik hoe het schip een spoor nalaat, een deinende baan, alsof het Zeeuwse water geploegd moet worden om het weer nat te krijgen. Daar staande, leunend op een ijzeren reling, noteer ik mijn voorspelling voor vanmiddag: Vanmarcke of Terpstra. Froome, Yates en Quintana verliezen tijd.*

Stef Clement (als analist) op de website van de NOS: ‘In de eerste vijftig kilometer zal het peloton in gestrekte draf richting de kasseien gaan. En dan wordt het interessant. De eerste kasseistroken zijn al meteen heel zwaar.’ Clement denkt dat renners als Sagan en Van Avermaet en klassementsrenners als Nibali daar al meteen gaan aanvallen.**

12.15 uur. Jeroen komt aanrijden terwijl ik de kade oploop. We tanken en rijden via Nummer Een en Slijkplaat naar Sasput (Zeeuws-Vlaanderen), waar ik nog nooit ben geweest en hij – als hij niet in Utrecht is – met Loes een dijkhuisje bewoont met een welhaast paradijselijke tuin erachter die nog doorloopt achter een tweede dijkje, waarover vroeger een treinspoor liep, met nog weer een terras, allerlei fruitbomen en weids zicht op de kleigronden. (De namen van die gehuchten daar! Later die middag, terugkomend uit Roubaix, rijden we, na dicht bij huis een afslag te hebben gemist, ook nog langs Lapscheur…)

 *

Op weg naar Roubaix bestaat de ellende voor de renners behalve uit kasseien niet uit slijk maar met deze droogte en hitte inderdaad uit stof. De rit van vandaag, gewonnen door John Degenkolb (iets wat bijna iedereen de Duitser, die vorig jaar nog bijna dodelijk gewond raakte bij een trainingsongeluk op de Canarische Eilanden, van harte gunt), is als een Hel van het Noorden bij droog weer. De renners (ik zie het van heel dichtbij na de meet, waar ik in het gezelschap van het complete journaille de weg ben opgestoven) komen binnen met een gezandstraalde tweede huid, een laag stof die als gebeiteld op hun gezicht, armen en benen ligt. (Romain Bardet, uitgeput na zijn inhaalmanoeuvres, zit op de grond uit te hijgen en ziet eruit als een mijnwerker, bovengekomen met de bedekking van een grijzig sediment. De baard van Simon Geschke doet denken aan iemand die net onder een laag puin vandaan gekropen is.)

Op de terugweg naar Zeeland: de motor van Jeroens Citroën hapert. Morgen eerst nog even naar de garage, want ‘daar rijd ik niet mee de bergen in’.

De finale van het WK-voetbal beluisteren we deels onderweg terug naar Sasput. Het grootste gedeelte van de tweede helft zien we, aldaar gearriveerd, op televisie. Frankrijk-Kroatië 4-2. We zullen morgen door een trots en euforisch land naar Annecy rijden.

*En ik blijk weer eens een uitermate slecht voorspeller. Het zijn juist Vanmarcke en Terpstra die door valpartijen (veel en heel veel) tijd verliezen. De anti-kasseienvreters Froome, Yates en Quintana strijden juist de hele dag op het voorste plan en verliezen geen tijd. Porte (eeuwige pechvogel) valt uit, en Urán, Alaphilippe en Van Garderen verliezen tijd. Dumoulin, Kruijswijk en Mollema (maar ook Gesink) bevinden zich in de voorste gelederen.

**Ook de voorspellingen (als we ze zo mogen noemen) van Stef Clement blijken, uitgezonderd die over Van Avermaet, gelukkig niet erg valide.

 

Maandag 16 juli – Rustdag

12.36 uur. Met vertraging vertrokken uit Sasput op deze rustdag. Jeroen moest eerst nog naar de garage (in Oostburg) om het verminderd vermogen van de motor te laten onderzoeken. Euvel heeft te maken met een falende sensor. Probleem is (hopelijk blijvend) verholpen.

Op naar Annecy!

Knokke-Heist, 26 graden.

*

Het landschap tussen Arras en Reims ligt er gezapig bij onder een enigszins bewolkte hemel. Goudgele korenvelden en – ondanks de droogte – nog redelijk groene bosschages. Hetzelfde landschap als gisteren, eergisteren en daarvoor naar we mogen aannemen. Onaangedaan. Alsof we niet door het land van de kersverse wereldkampioenen rijden.

*

Onderweg luisterend naar Radio Montecarlo (RCM): een en al (urenlang) celebreren van de wereldtitel in afwachting van de aankomst van de spelers op Charles de Gaulle en het daaropvolgende défilé op de Champs Élysées (Deschamps Elysées). Reporter: ‘Voilà, les Bleus sont de retour en France!’

*

Ander station dan maar. Via internet Radio 1. Volgens de wielerkenners aldaar (Leo van Vliet, Danny Nelissen en Maarten Ducrot o.l.v. Gio Lippens) gaan de Alpen nog geen verschil brengen. Hooguit zal er per dag één favoriet een terugval hebben. ‘De debatten zullen in de Pyreneeën beslist worden!’

*

18.10 uur   Dat hebben de Fransen goed geregeld: de rustdag van de Tour benutten om het WK-feest te vieren! Langs de snelweg overal borden die de automobilisten naar de parkeerplaatsen lokken: ‘Une pause APPR pour savourer la victoire.’

Na een file bij Chaumont: toch weer gelazer met de motor in Jeroens Citroën DS 4. Na twee keer stoppen op de vluchtstrook komt de auto weer op gang, maar na een stop in de buurt van Dole gaat het definitief mis. De auto is niet meer naar behoren aan de praat te krijgen. De motor maakt slechts een amechtig, vermoeid geluid. Er rest ons niets anders dan de wagen te laten wegslepen. En we stranden in een Ibis-hotel in Choisey, 230 km van Annecy. Geen restaurant meer open. Alleen een KFC waar we onze honger stillen met onsmakelijk en al enigszins koud geworden voedsel. We zullen zien wat morgen gaat brengen, maar de kans is groot dat we de etappe Annecy-Le Grand Bornand (althans live en in de karavaan) volledig gaan missen.

 

Dinsdag 17 juli – Tiende etappe Annecy – Le Grand Bornand

12.33 uur. Choisey (nabij Dole) 25 graden

Zo meteen, na oneindig veel gedoe, na veel woede en stress bij Jeroen, een vervangende auto om de TdF te vervolgen. Vanochtend na het ontbijt eerst maar eens een stuk hardgelopen (net als gisteren in Sasput), onder meer langs de Route Nationale een stuk Dole in.

Op het traject van de Tour is nu La Course bezig. Prachtige wedstrijd in het topvrouwenwielrennen. En terwijl ik, de wedstrijd rechtstreeks volgend op mijn mobieltje, al opschrijf: 1) Van der Breggen 2) Van Vleuten 3) Moolman, gebeurt er iets onvoorstelbaars. Van Vleuten, kort voor de streep nog een flink stuk achter Van der Breggen liggend, verslaat die laatste werkelijk in de laatste twee meter: 1) Van Vleuten 2) Van der Breggen. Wat een ontknoping!

16.17 uur. Eindelijk, sinds enige tijd, weer onderweg naar de Tour de France. In een gehuurde Citroën Cac(tus). Op dit moment iets ten zuiden van Bourg-en-Bresse. We luisteren op RCM en kijken en luisteren live naar Ducrot en Dijkstra op de NOS. Net bij een APPR L’Équipe gekocht. Bewaarnummer: ‘Une histoire de France.’ (Foto: spelersbus in défilé op de Champs Élysées.)

18.03 uur. We zien de finale van de etappe op televisie te L’Isle d’Abeau in (het lichtelijke aftandse) Café Le Verone. Julian Alaphilippe zien we er winnend over de meet komen. Het is de eerste Franse overwinning in de Tour van dit jaar. Dumoulin en Kruijswijk komen binnen in de groep favorieten. Mollema loopt enige achterstand op, net als Urán en Jungels.

L’Isle d’Abeau is een oord om snel te vergeten. Toch is er Tourgeschiedenis geschreven. In 1989 eindigde hier de voorlaatste etappe vanuit Aix-les-Bains (gewonnen door Fidanza) met Fignon nog in het geel. Wat er de dag daarna gebeurde weet iedereen nog: Fignon verloor het geel alsnog aan LeMond. De beroemde acht seconden! En mijn bijna-buurman in Leidsche Rijn Parkwijk Noord, René Beuker, werd tiende in die afsluitende tijdrit naar Parijs.

20.44 uur. Grenoble. Bij een grande bière pression in Le Coq Hardi (Rue Belgrado) een sms van Christa (Anna Enquist): ‘In de Alpen? Graag research. Wat leest Mollema? Leest Dumoulin ook?’

Dat weet ik nog niet, maar ik stuur haar alvast wat foto’s die ik maakte na de finish in Roubaix: Dumoulin die over de meet bolt en Mollema in gesprek met Steven Dalebout.

 

Woensdag 18 juli – Elfde etappe Albertville – La Rosière

11.52 uur. Sassenage. Wachtend op wéér een vervangende wagen (omdat men wil voorkomen dat Jeroen aan het eind van de Tour een huurauto met een Frans kenteken in Nederland parkeert), maar we krijgen de wagen niet mee omdat het bedrijf waar we het nieuwe exemplaar (een zwarte Skoda) ophalen niet toestaat dat de Cac(tus) op hun terrein komt te staan. Twee dagen van deze bureaucratische ellende al. Om uit je vel te springen. En Jeroen doet dat ook bijna.

Eenmaal in de klauwen van dit soort instanties (leasemaatschappijen, ANWB’s, dépanneurs, op hun strepen staande pinnige Françaises van garages op vage industrieterreinen) kan je je maar het beste bergen!

Vanochtend vroeg in Grenoble vanuit Hotel D’Angleterre (aan de Place Victor Hugo) een duurloopje gedaan richting Jardin de Ville nabij het Lycée Stendhal. Maar ik liep verkeerd en heb elders (in een parkje nabij de Préfecture de L’Isère) en uiteindelijk ook nog op Place Victor Hugo mijn rondjes gedraaid. Vanavond zitten we gelukkig weer in dit vrij luxueuze, centraal gelegen hotel.

Le Dauphiné Libéré (krant van deze regio) viert de overwinning van Julian Alaphilippe: ‘Enfin une victoire française’. En in de geheel aan de Tour gewijde bijlage: ‘Alaphilippe à la folie.’ Wat de favorieten betreft: ‘Personne ne bouge! […] Les Britanniques semblent sûrs de leurs forces, avec Geraint Thomas et Chris Froome, respectivement deuxième et sixième. Ils ont étalé leur puissance en prenant les choser en main derrière l’échappée.’

Vandaag eindelijk, vanaf de start (die we net voor het verstrijken van de tijdlimiet bereikten) in de koers. Er schiet een scheut vreugde door me heen.

17.04 uur. Bourg-St. Maurice (morgen startplaats) waar we het parcours verlaten en de renners opwachten. Geen twee minuten! Of ze zoeven al in groepjes voorbij. Oei, wat gaat dat, vanuit de afdaling het dal in jakkerend, hard hier. Wat zie je ze afzien!

Groep Barguil, dan Valverde met Soler. En dan ineens: Tom Dumoulin, gesecondeerd (dat wil zeggen gegangmaakt) door ploeggenoot Sören Kragh Andersen. Kort daarachter het peloton met vooraan een jagende Sky-meute.  En Dumoulin haalt de een na de ander in. We volgen het allemaal op het grote scherm op het terras van Bar La Boite Chaude. Een ongelooflijk enerverende finale, waarin Dumoulin nog net wordt ingerekend, met als uitslag: 1) Thomas 2) Dumoulin 3) Froome.

Morgen 33 graden in Grenoble en omstreken. Dat gaat zeker een factor van belang zijn in die zware etappe naar Alpe d’Huez.

En nog iets anders: krijgen we, nu Thomas het geel nog iets vaster om de schouders heeft, een interne Sky-strijd?

Het was een grandioze etappe. Daar bij te zijn geweest. Letterlijk in de koers te zijn geweest! Voor mijn doen ongebruikelijk veel foto’s gemaakt. Wat ik ook nooit zal ik vergeten: de scheurend (als in een rallywedstrijd) gereden afdeling van de Cormet Roselend. Sensationeel.

 

Donderdag 19 juli – Twaalfde etappe Bourg-Saint-Maurice – Alpe d’Huez

11.26 uur. Grenoble, 25 graden. Eerst even hardgelopen, nu wel in de Jardin de Ville.

Net onderweg naar de etappe naar Alpe d’Huez. We zullen inhaken – dat wil zeggen in de koers komen – bij Notre-Dame de Briançon, de zevenentwintigste kilometer, aan de voet van de Col de la Madeleine.

‘Dat wordt spektakel,’ zegt Jeroen over de rit van vandaag. Henk Lubberding (op de NOS-app): ‘Nou, ik heb niet zo veel met Alpe d’Huez. Misschien ben ik daar wel te nuchter voor. Ik snap goed dat het voor renners een kik geeft om daar door die menigte omhoog te rijden, maar er zijn wel heel veel maffe Hollanders. (…) Het is daar al een paar dagen carnaval. Er wordt heel wat alcohol gedronken en zeker na het laatste akkefietje met Chris Froome (hij werd een week voor de Tourstart pas vrijgesproken in de salbutamolzaak) hoeft er maar één gek tussen te zitten die wat doet.’ Lubberding denkt dat de klassementsrenners wachten met aanvallen tot aan de voet van Alpe d’Huez.*

Lucien van Impe: ‘Als je in Bourg d’Oisans aan de klim begint, is het net alsof je een stadion binnenrijdt.’

12.58 uur. Celliers Dessus – halverwege de Madeleine. Geen idee hoe het in de koers is. Geen service op de telefoon.

Het weerhoudt ons er niet van daar even halt te houden en wat te drinken: een orangina en een perrier voor maar liefst acht euro. Prijzen die op een Parijs terras niet zouden misstaan, maar hier in rekening gebracht door een nagenoeg tandeloos besje dat een sinds vele decennia verveloos geraakt herbergje, L’auberge du glacier, in bedrijf houdt. Over drie kwartier passeren hier de renners.

Midden op de weg, net voorbij de herberg, staat een rondborstige Belgische van middelbare leeftijd in een geel T-shirt ‘Go Greg’ te krijten. Maar Van Avermaet is inmiddels (hoe snel kan dat gaan) verwezen naar de rangen der figuranten.

14.16 uur. Kopgroep van zesentwintig renners (met o.a. Kruijswijk, Gesink, Ten Dam en Minnaard, en eerder ook nog Mollema) begint aan de afdaling van de Madeleine. Kruijswijk rijdt virtueel in het geel!

14.31 uur. Op de top van Lacets de Montvernier, een steil en stuurs geitenpaadje waar geen publiek staat (en ook niet mag staan). Grimmige, fantastische, korte klim. Op naar de Col de la Croix de Fer.

15.53 uur. Gezeten op een steen in de afdaling van de Croix de Fer. Sensationeel om te beseffen in de koers te zijn waar op dit moment Kruijswijk alleen voorop rijdt (1’45’’ op de achtervolgers en 6’ op het peloton).

Op verschillende momenten vandaag laten we de kop van de wedstrijd dicht naar ons toe komen (zo dicht dat we – een paar haarspeldbochten lager of in de verte aan het begin van een brede kloof – de eerste renners kunnen zien naderen en kunnen fotograferen). Maar zodra de auto die de kop van de koers markeert ons met loeiend alarm voorbijrijdt, worden we gemaand voort te maken.

RMC (Radio Montecarlo): ‘L’Hollandais volant d’aujourd’hui.’

In Procycling (met daarin de officiële Tourgids) uit een interview met Steven Kruijswijk: ‘Ik denk dat het realistisch is te zeggen dat ik dicht tegen die top vijf aan wil zitten.’ En: ‘Ik leg de focus volledig op de Tour om in die drie weken de topvorm te bereiken.’

Gaat Kruijswijk de eerste Nederlander worden (na Theunisse in 1989) die op Alpe d’Huez wint? En ook de eerste sinds Breukink (eveneens in 1989) die de gele trui verovert? Dat zou een ongehoorde historische dubbelslag zijn!

Maar het sprookje blijft uit. L’hollandais volant is niet opgewassen tegen het finale geweld en de scherpe klauwen van Sky’s formidabele Eagle. Nee, ik bedoel niet Froome. Ik bedoel Geraint Thomas die alweer iedereen zijn wil oplegt.

Zelf ben ik voor de allereerste keer op de Alpe d’Huez. En gek: maar ik kan (en ik zeg dat ook tegen Jeroen) die weg bijna dromen, zo vaak heb die eenentwintig bochten al op tv gezien. Maar wat ik niet eerder ervaren heb: om in de Hollandse bocht met water en bier besproeid te worden. Gauw het raam dicht.

Op de top (na en achter de finish) maak ik tientallen foto’s: van Kruijswijk (terwijl die geïnterviewd wordt door NOS-verslaggever Han Kock), van Gesink (idem), van Bernal, Jungels, Ten Dam en noem maar op. Met de neus vooraan heet dat, heel dichtbij de coureurs, dichter dan ooit tevoren, en na waanzinnige inspanningen, die de een nog uitgewoonder tonen dan de ander. Zozeer met de neus vooraan dat ik op een bepaald moment door een geïrriteerde gendarme bij de lurven wordt gepakt en disciplinair een eind verderop wordt neergezet. Het duurt niet lang voor ik weer sta waar ik stond, en wie zien we daar? Warempel, Humberto Tan, fotograferend met een peperdure, state of the art camera, morgenavond (zo vertelt hij) te gast in de Avondetappe.

In de hectiek naar beneden (richting Vaujany, waar we overnachten) komen we in de file te staan, pal achter de bolide van de Avondetappe. We staan er zo muurvast dat ik de gelegenheid te baat neem uit te stappen en even een praatje te maken met Maarten Ducrot, die daar heeft postgevat tegen de vangrail en op zijn mobiel de klassementen checkt.

Op onze pleisterplaats (Chez Passoud) eten we Moules frites. Hoog in de Alpen: Moules frites. Kostelijk!

De geestige en spraakzame gastvrouw (Wendy) heeft hedenochtend, in de toerversie, geheel eigener beweging de Alpe al bedwongen. Ze kwam tot op driehonderd meter (na een lekke band in bocht 14). Het laatste stukje was afgesloten. Ze is Britse van origine en haar dochters hielpen ons daarnet (22:40 uur) met het vinden van de wificode waardoor het mogelijk werd deze notities nog dezelfde dag te digitaliseren.

*Later vandaag, voeg ik achteraf aan mijn notities toe, zal blijken dat hij per ongeluk gelijk heeft omdat de coup van Kruijswijk daar strandde, of preciezer gezegd nog op het winderige vlakke gedeelte er naartoe. En de voorspelde hectiek op de col met opdringerig publiek blijkt ook weer werkelijkheid te worden. Een van de slachtoffers: Vincenzo Nibali.

 

Vrijdag 20 juli – Bourg d’Oisans – Valence

10.44 uur  Village Départ in Le Bourg d’Oisans. We parkeren de auto naast die van Leon van Bon. Vroeger was hij als renner in de Tour de France, maar tegenwoordig (al vele jaren) is de tweevoudig etappewinnaar er als fotograaf, en overnachtend in een klein tentje. ‘Vannacht stonden we in bocht zeven van de Alpe.’

Ook al gezien: Kees Jongkind met zijn cameraman (die samen dagelijks achtergrondreportages voor De Avondetappe maken).

En eenmaal op het afgegrendelde terrein van de Village: Raymond Poulidor in de stand van LCL, sponsor van de gele trui. Als gewezen coryfee dient hij de belangen van LCL, maar niet zonder ironie, want gedurende de hele Tour is hij gehuld in een gele trui (die hij in de Tour nooit gehad heeft). Ik geef hem een hand, vertel hem (en meen dat oprecht) dat ik het een ‘grand honneur’ vind hem te ontmoeten. En als ik dan ook nog gezegd heb dat ik een Nederlander ben (en als zodanig compatriot van zijn kleinkinderen Mathieu en David van der Poel) mag ik met hem op de foto. Maar toch vooral ook op uitnodiging van een standbemanner van LCL, die het kennelijk van belang vindt dat mensen met Poupou op de foto gaan.

12.06 uur. Eybens, op het parcours van de etappe, kort na de Côte de Brie, een van de twee beklimmingen van de dag. Rijdend naar Grenoble (om op de trein te stappen richting huis). Maar eerst dus nog zo’n vijftig kilometer over het officiële parcours van de Tour. De eerste veertig kilometer (inclusief Côte de Brie) hebben we inmiddels afgelegd. Voornamelijk vals plat naar beneden nu, zij het in een golvend landschap. Het is 28 graden, de eerste regendruppels vallen. De Skoda zoeft. Naast mij Jeroen als een vorst op zijn troon, de handen aan het stuur.

Nog één koffie op het terras van een Pizzeria nabij het station. We constateren dat Jeroen weer alleen verder gaat een paar kilometer voordat die Sassenage bereikt. Sassenage? Ja, dat klinkt bekend. Het is precies de plek waar Jeroen het parcours weer oprijdt. Het is precies de plek waar we de auto die hij thans bestuurt slechts met de grootste moeite meekregen na een hoop gedonder. Hij bewaart er bepaald grimmige herinneringen aan!

Dan een ‘étreinte ferme’ met Jeroen. De Tour wacht op niemand. Jeroen stapt weer in en vervolgt zijn weg. Hij mag nog ruim een week! Van Grenoble naar Parijs, maar dan wel via de omweg van de Pyreneeën.

13.22 uur. Mijn trein vertrekt vanuit Grenoble naar Lyon Part Dieu. Gods deel. Laten we maar zeggen dat ik daar de Tour verlaat.

Advertenties