Begrijp mij niet verkeerd als ik zeg dat ik vorige week, op de verjaardag van mijn dochter, ineens aan Frouke Arns moest denken. Ik denk namelijk geregeld aan Frouke. Maar nu, doordat wij in Utrecht zaten te eten in Orloff aan de Kade, moest ik ineens intens aan Frouke denken door het voorgerecht dat een van de vriendinnen van mijn dochter kreeg opgediend: camembert. ‘Camembert uit de houtoven,’ zo stond het op de menukaart. Warm gemaakte, overdreven theatraal uit zijn schimmelhuid gelopen geurige kaas. De nieuwe bundel van Frouke Arns heet De camembertmethode, vandaar. Het is een titel die eerst en vooral vragen oproept.

vdh9789029526401

Want hoezo methode? Je hebt onderzoeksmethoden, leermethoden, opsporingsmethoden en noem maar op. Een methode is de manier waarop een proces verloopt of het geheel van handelingen dat moet worden verricht om een activiteit (een onderzoek, een cursus) op de beoogde manier te verrichten. De camembertmethode, kan je denken, is de juiste manier om camembert te maken. Die betekenis, verklap ik alvast, is hier niet aan de orde is. Camembert is (zeg ik er maar bij voor de volledigheid) een witte Franse schimmelkas die van koemelk wordt gemaakt. Hij is niet beschermd want nooit als merk geregistreerd, dus iedereen mag zijn eigen camembert maken, en zo dus ook Frouke. Ik wil die van Frouke vanavond bijzonder aanbevelen. Maar als u de echte wilt, koop dan de Camembert de Normandie, die sinds 1983 het keurmerk Appellation d’Origine Contrôlee heeft. Daarvan worden er elk jaar achttien miljoen geproduceerd. Het zou niet gek zijn als Frouke Arns die cijfers gaat evenaren.

Maar laten we eens kijken of we kunnen achterhalen wat de camembertmethode van Frouke Arns behelst door de bundel aan een nader onderzoek te onderwerpen. Wie daar rustig doorheen bladert zal het opvallen dat die vijf afdelingen beslaat, voorafgegaan door twee motto’s waarvan een mij bijzonder intrigeert. Het betreft een uitspraak van Rumi, een dertiende-eeuwse Perzische dichter, die van camembert beslist geen weet heeft gehad, al was het maar om die toen ook in onze contreien niet bestond. What you seek is seeking you, schreef hij, maar dan in het Perzisch. Daarom mag ik het ook parafraseren. Hij bedoelt: jij (mens, dichter, lezer) kan wel op zoek zijn naar iets, maar datgene waar jij naar op zoek bent, is juist op zoek naar jou. Het zou zo uit de koker van Paulo Coelho kunnen komen. Een diepe maar ook wat ongrijpbare wijsheid. Zou dat de methode zijn: dat je op zoek bent naar iets dat op zoek is naar jou? De zin van het leven?

46301132_2187418908181148_3180363934829903872_n (1)

Het is in elk geval zo dat existentiële gedachten (de zin van het leven, de angst voor de dood) volop aanwezig zijn in de eerste afdeling van de bundel die bestaat uit een viertal gedichten waarin een ik een kennelijk zware, misschien wel levensbedreigende operatie moet ondergaan. Nee, niet een ik. Een je wordt hieraan blootgesteld, waardoor je als lezer ook zelf onmiddellijk degene bent die dit moet meemaken. In elk geval: je wordt ‘wakker. In een bed vol slaap. / Waarin je gedachten wegwoelt, zoals je vroeger // een kuil in zee wilde scheppen, met meisjeshanden / en vrouwendenken: waarschijnlijk weer niet genoeg // je best gedaan.’ De cyclus beschrijft het hele proces van bewustzijnsverlies tot en met het weer opstijgen naar de concrete wereld: ‘geen zicht nog op wijdte / van vleugels, de kracht van het wieken, je snelt / naar buiten, zet af, vangt de thermiek.’

Ook in de volgende afdeling, ‘Vaderland’, lijkt vooralsnog weinig van de bundeltitel terug te vinden. Deze is in zijn geheel gewijd aan ‘de vader’, een heel specifieke vader met zijn oorlogstrauma, puzzelwoede, oude liedjes en hutspot. Maar hij wordt met al zijn kleine pleziertjes, zijn grote verdriet, zijn geestelijke aftakeling en zijn dood ook een beetje ieders vader. Je vader.

‘Klein naslagwerk van een tijdperk’ is de centrale afdeling met veel afwisselende thema’s. Daarin onder andere het gedicht ‘Confessie’, met die schitterende aanvangsstrofe: ‘Ik heb geen god die mij vergeeft, geen / die me in zijn armen neemt, mijn dwalen door de vingers ziet, / mij leidt, mijn zwakste uur  verlicht – ik heb geen god, alleen / de wereld en mezelf daarin.’ Voor een deel betreft het kennelijke jeugdherinneringen in deze afdeling, en er staat zelfs een heus klimaatgedicht in. Maar onder al die wisselende thema’s gaat het stiekem steeds over relaties, over onbegrip en over impasses in de liefde. Dat allemaal wel, maar over de methode waarvan de titel zo omineus rept worden we opnieuw niks wijzer.

Frouke Arns - Auteursportret door Chris van Houts

Vierde afdeling dan maar, die zich aandient onder de titel ‘Elders is hier’. Dertien gedichten die met enige goede wil als reisgedichten zouden kunnen worden bestempeld. Antwerpen, Berlijn, Finland, Londen, Athene, Las Vegas, Wenen, Berlenga, Nieuw-Zeeland – wie Frouke Arns van heel dichtbij kent, zal misschien (ik weet het niet) denken: ja, dat zijn allemaal oorden waar ze zelf geweest is. Maar hoe dan ook: het elders zijn wordt in deze afdeling voortdurend aanwezig gemaakt op een meer dan alleen maar anekdotische manier. Zoals in het aangrijpende slotgedicht van deze afdeling, waarin niet de ‘ik’ elders is maar (alweer) een ‘je’. Het gedicht valt te lezen als een brief aan een afwezige geliefde, uitmondend in deze regels: ‘Soms komt in de nacht een vliegtuig over, altijd / met jou erin, op weg naar je bestemming.’ Wat daar evenwel camembertmethode aan is: ik zou het niet weten.

Maar dan, de slotafdeling met de titel ‘Wespenvanger’, tien gedichten over de verraderlijke verlokkingen van de jeugd en het verstrijken van de tijd. ‘In ons woedde nog het jaargetij van overmoed / van onverschilligheid om wat ons niet bekommerde, / lang voordat het ons bezocht,’ staat in het titelgedicht. Dan denk je onwillekeurig aan die uitspraak van Rumi: What you seek is seeking you, die hier ineens een heel navrante betekenis krijgt. De zoetigheid die gezocht wordt, blijkt een fataal lokmiddel. En zo is het ook in ‘Déjà vu’, maar dan als een gedicht over verraad in de liefde: ‘de klap komt later pas, altijd pas later’. En in dat genre (over miscommunicatie en onbegrip in liefdesrelaties) zijn er nog meer in deze finale worp. Echt spannend, suspensevol, wordt het in voorlaatste gedicht ‘Ontwaken’ waarin een ‘ik’ (conform de ‘je’ die in de eerste afdeling na een operatie uit een narcose bijkomt) ontwaakt uit onrustige dromen: ‘Vlakbij, het zware ademen van een dier / – is het gekwetst; een krachteloos gekerm / dringt uit de diepte tot me door en ik besef: ik ben het zelf, hier in dit bed, in deze boze droom’. Dit alles lijkt op een geruststellende manier te betijen ‘tot ik op een argeloos moment een geur bespeur, / bij het ritselen van wind mijn oren spits // – niet bevat waarom de hoefjes in mijn schoenen / rusteloos beginnen te schrapen’. Dan weet je wel hoe laat het is. Uur van de wolf: hier manifesteert het beest in de mens zich, niet langer krachteloos kermend maar al bijna loeiend, huilend.

Op zo’n moment wordt het tijd voor ‘De camembertmethode’, niet toevallig ook het gedicht waarmee de bundel afsluit. En niet toevallig ook beginnend met die regels die ik net citeerde uit het derde gedicht van de openingscyclus: ‘Wakker. In een bed vol slaap. / Waarin je gedachten wegwoelt, zoals je vroeger een kuil in zee wilde scheppen.’ Enzovoorts. In beide gedichten is, mogen we na nauwkeurige lezing van het geheel wel concluderen, inderdaad sprake van een te volgen strategie, van een methode. Terwijl het in het eerste geval om een overlevingsstrategie ging (weer in de wereld terugkomen na een levensbedreigende situatie), gaat het in dit tweede geval om een vorm van ontsnappingskunst, van escapisme (uit de wereld verdwijnen). Op het anekdotische niveau van het gedicht wordt een strategie gehanteerd om de slaap te kunnen vatten. En hoe doet de ik dat? ‘Vermoeden dat je camembert bent. Zachtrond / en melkwit op temperatuur ligt te komen tussen de / lakens van klamme gedachten. Langzaam uitlopen.’

Nu las ik ergens dat een camembert minstens een uur voor consumptie open en bloot moet worden klaargelegd om hem op kamertemperatuur te laten komen, zoals goede wijn gedecanteerd wordt opdat er zuurstof bij kan. Chambreren heet dat. Als de binnenkant van de camembert een beetje gaat smelten (dat noemen ze frappant genoeg huilen) dan is het goed.

De camembertmethode van Frouke Arns is, zoals veel poëzie die er toe doet, overlevings- en ontsnappingskunst tegelijk. Survival en escapisme – in tweede instantie zijn ze een en hetzelfde. In elk geval in de instantie van de poëzie. What you seek is seeking you. Wij lezen en smelten met haar mee.

46483029_264643557576594_605773384407580672_n

*Dit is de licht bewerkte versie van een toespraak, gehouden op de presentatie van Frouke Arns’ De camembertmethode op donderdag 1 november bij boekhandel Dekker van de Vegt in Nijmegen. De avond werd ingeleid door Hans Peters (directeur Dekker van de Vegt) en er waren voordrachten te horen van Marieke Lucas Rijneveld en Wout Waanders. De muziek (jazz) werd verzorgd door Teun Uijlen (gitaar) en Klaske Kamstra (zang).