Het is een vraag die nogal eens gesteld wordt, op feestjes bij voorbeeld, als ik met iemand in gesprek raak en vertel dat ik redacteur ben en op een uitgeverij werk. ‘Maar wat doe je dan eigenlijk, als je redacteur bent?’ Weinig vermoedelijk, zie je zo iemand denken.

Dat dacht mijn goede vriend E. jaren geleden al. Nee, hij dat onomstotelijk vastgesteld. ‘Betaald koffiedrinken,’ zo definieert hij mijn werkzaamheden altijd en tot op de huidige dag. Maar hij is dan ook zelfstandig publicist. Zo iemand moet werken voor zijn geld. Voor zo iemand is kieskeurigheid een belachelijke luxe. Hij afficheert zichzelf dan ook als tekstboer met gemengd bedrijf: ‘Voor al uw non-fictie!’

Maar ik ben dus een betaald-koffiedrinker. In Ilja Leonard Pfeijffers Hoe word ik een beroemd schrijver rijst een nauwelijks hoogstaander beeld op van literair redacteuren in het algemeen en van mij-als-redacteur in het bijzonder. Het hoofdstuk ‘Wat is de rol van de redacteur’ begint nog redelijk vleiend: ‘Hij is al sinds mijn debuut mijn redacteur en in de loop van de jaren is hij een goede vriend van mij geworden. Hij kent mijn werk als geen ander en hij heeft affiniteit met mijn ambities. Hij begrijpt wat ik in artistiek opzicht wil bereiken. Daarom is hij de aangewezen man om van gedachten mee te wisselen over nieuwe ideeën. Daar komt veel bier bij kijken. En als ik dan na een bijzonder aangename avond naar huis zwalk, besef ik dat ik meer en betere ideeën heb dan daarvoor en dat ik nog meer enthousiasme heb om die uit te voeren. In dat opzicht is mijn redacteur van essentieel belang.’

2 - Ilja Leonard Pfeijffer HR - altijd het volgende vermelden - © Stephan Vanfleteren_RVtotfeb2021.jpg
Ilja Leonard Pfeijffer. Foto: Stephan Vanfleteren.

Maar verder? ‘Verder doet hij niets,’ schrijft Ilja. ‘We spreken een deadline af en ik lever hem een kant-en-klaar manuscript. Kan zo naar de drukker. Hoeft hij niets meer aan te doen. Hij moet mij alleen zo snel mogelijk bellen en minstens een uur lang in euforische bewoordingen vertellen hoe fantastisch, briljant en geniaal hij het vindt.’

Ik moet toegeven dat dit in zijn geval vrijwel de waarheid is, afgezien dan van dat bier. Das war einmal. Het bier heeft, sinds Ilja niet meer drinkt, plaatsgemaakt voor bruiswater en koffie. En af en toe – alleen voor mij – een bedremmeld en beschaafd glaasje wijn naast een bordje pasta of wat het ook maar is wat we eten.

Ilja had het druk de afgelopen jaren. Zijn roman La Superba, waarmee hij de Libris Literatuur Prijs had gewonnen, had hem in de eredivisie van de Nederlandse literatuur doen belanden. Hoewel hij het met plezier deed, was hij erg veel aan het optreden. Je bent nu eenmaal een beroemd en veelgevraagd schrijver of je bent het niet. Het weerhield hem er niet van in die jaren ook nog een vuistdik brievenboek (Brieven uit Genua), een veelbekroonde dichtbundel (Idyllen), een korte roman Peachez, een romance) en een aantal toneelstukken te schrijven. En dan ontmoette hij (lees daarvoor Brieven uit Genua) in 2015 door Stella ook nog eens de liefde van zijn leven. In zijn hoofd was intussen al gedurende enige tijd een idee voor een nieuwe grote roman aan het ontkiemen (‘iets met toerisme’), maar hij had eenvoudigweg de tijd niet om daar echt werk van te gaan maken op papier.

Dat dit majeure project niet op de lange baan is geschoven heeft misschien ook nog wel iets te maken met een andere gelukkige maatregel die Ilja Leonard Pfeijffer een aantal jaren eerder had genomen. Hij schakelde de hulp in van een zakelijk manager – of noem het een persoonlijk assistent voor mijn part. Iemand die zijn agenda en zijn geldzaken beheert en samen met hem en de uitgeverij een lange-termijnplan voor zijn activiteiten ontwikkelt en beheert. Michaël Roumen zorgde ervoor dat Ilja’s agenda in de eerste negen maanden van 2018 tamelijk leeg bleef zodat hij kon schrijven aan dat boek dat ineens (in het vroege voorjaar van 2018) Grand Hotel Europa bleek te heten en waarvan hij mij rond diezelfde tijd hoofdstukken begon te sturen. Hoofdstuk 2, hoofdstuk 5, hoofdstuk 8 – kortom niet in de volgorde waarin ze uiteindelijk in het boek kwamen, waardoor het voor mij aanvankelijk stukjes bleven van een grote puzzel die hij aan het leggen was. Het werd me niettemin al vrij snel duidelijk dat dit niet alleen een roman over toerisme ging worden, maar ook over Europa, over een continent in verwarring, over het avondland dat zo niet ten onder gaand toch op zijn minst aan het wegkwijnen was. En dan werd er, zo leek het, ook nog een heuse liefdesroman en een spannende queeste naar een verdwenen Caravaggio-schilderij in verwerkt. Er volgden in rap tempo nieuwe hoofdstukken, maar het leek me een vrijwel onmogelijk opgave om dat manuscript volgens plan aan het eind van de zomer af te hebben opdat het nog eind 2018 zou kunnen verschijnen.

Daar kwam nog bij: ik had een sabbatical op het programma staan. Deze redacteur, die toch al de hele dag op zijn luie reet betaald zit koffie te drinken, had zich voorgenomen tussen juli en november thuis op z’n luie reet te gaan zitten. Dóórbetaald koffiedrinken!

Ilja Leonard Pfeijffer - Grand Hotel Europe - Cover.jpg

In zo’n riante positie (thuis of op je werk nietsdoen) kon ik het me veroorloven niet al te principieel te zijn. Ik sprak met Ilja af dat als hij het manuscript vóór 1 oktober zou kunnen inleveren, ik mijn sabbatical zou onderbreken om het te lezen en van commentaar te voorzien. Maar al op 7 september – ik stond op het punt om te beginnen aan een rondreis door Frankrijk – liet hij me tot mijn enorme verrassing weten dat het boek af was, wat betekende dat hij die laatste twee maanden minstens 100.000 woorden moest hebben geschreven. Ik feliciteerde hem met de voltooiing maar ook met die ongelooflijke krachtsinspanning en liet hem weten dat ik nu toch eerst even een rondje Frankrijk ging doen. Dus reisde ik pas begin oktober naar Genua om een kolossaal boek met hem door te nemen waar volgens de auteur zelve toch niks meer aan hoefde te gebeuren. Het moge duidelijk zijn dat ik de niet te filmen mazzel heb tegelijkertijd een grandioos en een bedaard leven te kunnen leiden. Het tonen van enthousiasme is zo ongeveer de enige inspanning die ik mij bij tijd en wijle moet getroosten.

Welnu dan, de rest is, zoals dat heet, geschiedenis. Half december – ik was net weer op kantoor – verscheen Grand Hotel Europa. In het weekend dat daarop volgde (zaterdag en zondag 15 en 16 december) maakte Ilja een tournee door Nederland. Ik reed hem rond toen hij op die zondag boekhandels in Nijmegen, Arnhem en Zutphen bezocht. Overal rijen kopers tot op straat, wachtend om hun boek (soms een stapel boeken) gesigneerd te krijgen. Toen begreep ik dat dit een nooit eerder vertoond succes ging worden. Nog voor het jaar ten einde waren er  40.000 exemplaren over de toonbanken gegaan. En inmiddels zijn er meer dan 130.000 verkocht en zijn de vertaalrechten voor Grand Hotel Europa aan talrijke landen verkocht.

De goede verstaander heeft intussen begrepen deze woorden uiteindelijk niets anders dan een lofrede op de luiheid zijn. Betaald nietsdoen werpt zijn vruchten af. Alles is mogelijk voor wie maar lang en veel koffiedrinkt.

*Tekst is gebaseerd op een toespraak gehouden tijdens Grand Hotel Europa-summit die De Arbeiderspers in juni organiseerde voor de buitenlandse uitgevers (Duitsland, Kroatië, Macedonië, Portugal, Italië, Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Tsjechië, Noorwegen en de Verenigde Staten) die dit boek in de komende tijd gaan brengen.

grandhoteleuropa (8 van 75)
Ilja Leonard Pfeijffer met, onder andere, zijn buitenlandse uitgevers. Foto: Baltasar Thomas.