Als de naam Max Greyson u iets zegt, dan is de kans groot dat u weet dat hij een dichter is. En als u redelijk thuis bent in de moderne poëzie zult u zeggen, ja, dat is de dichter van De man van taal en Et alors, bekend en gewaardeerd in middens van de poëzie. De ware connaisseurs onder u die weten wat er in die bundels staat of – beter nog – die deze bundels hebben gelezen, zijn zich nog meer bewust: die Greyson is er een die graag over de liefde schrijft!

Als ik u nu vertel dat Max Greyson vorige week ook zijn eerste roman heeft afgeleverd, zult u een vermoeden kunnen hebben van het onderwerp van dit boek. Goed geraden: Een waarschijnlijk toeval, want zo heet die roman, is in de eerste plaats een roman over de liefde. Maar niet alléén over de liefde. Het achterplat van het boek vat het uitstekend samen: ‘een roman die zijn vaart ontleent aan de liefde (en haar perikelen) en zijn diepgang aan de existentiële beslommeringen van een hele generatie – de millennials – verdrinkend in een zee van mogelijkheden.’

Max Greyson. Portret: Koen Broos.

Now we’re talking! Want dat is het hele punt: die zee van mogelijkheden. Aan die zee van mogelijkheden is de verteller aan het einde van dit boek voorlopig gestrand in een nieuwe liefde waarvan we nog niet weten of en, zo ja, hoe die zich gaat ontwikkelen.

‘Nu je weer in de liefde gelooft ga je vermoedelijk de baan op om een begeerlijker vrouw dan ik te vinden?’ zegt de nieuwe geliefde van de verteller.

‘Ik vertrek morgen zonder amoureuze voornemens naar Keulen.’

‘Zijn er daar wifivrije stranden?’

Keulen – met die mededeling bijt de roman zichzelf in de staart. Want onderweg naar Keulen begint het ook. ‘Ik reis op dit moment met de ice-hogesnelheidstrein naar Keulen, om er te beginnen aan de nieuwe productie van het internationale danstheaterensemble waarvan ik lid ben,’ vertelt de ik-verteller ons. We weten dan al dat die verteller een man is die zijn zin in sigaretten heeft verloren omdat hij zijn geloof in de liefde heeft hervonden. Dát hele verhaal, hoe dat zo gekomen is, plus de aanloop ernaar toe krijgen we te horen terwijl de verteller in die trein zit, inclusief de vele uren, dagen, weken, maanden die hij overdag (vaak schrijvend) doorbrengt in ‘Koffieland, een koffiebar tegenover de Nationale Bank in Antwerpen, op een druk kruispunt van de Mechelsesteenweg en de Frankrijklei’, waar hij eindeloos zit te babbelen met de barista.

Een plek trouwens die nogal doet denken aan de koffietent waar Max Greysons tweede bundel Et alors werd voorgesteld op een zwoele zomeravond in juni, twee jaar geleden. Maar dit gehéél terzijde.

Zijn prille verliefdheid roept onwillekeurig herinneringen op aan vorige liefdes, vooral aan zijn grote liefde Michelle, die hij pas doorgrondde wanneer ze slaapwandelde. En van de ene herinnering komt de andere. De reis en zijn verliefdheid maken gedachten vrij aan een hele stoet andere vrienden en geliefden, net als hijzelf worstelend met het verwerven van een solide plek in het woelige universum.

Indruk van de presentatie van Een waarschijnlijk toeval met, in de halve cirkel achter Jens & Marie (twee vleesgeworden personages), v.l.n.r. Christophe Vekeman, Joke van Leeuwen, Matthias Hellemans, Max Greyson en Fatima Noori.

Het is een lange geschiedenis die hij vertelt, onwaarschijnlijk lang voor iemand die het vertelt terwijl hij in een hogesnelheidstrein zit die hem in een paar uur van Antwerpen naar Keulen kan brengen. Maar nee, niet onwaarschijnlijk, want die trein krijgt malheur, er moet worden overgestapt, en uiteindelijk komen ze zelfs stil te staan.

Die trein is een symbool, die trein is een voorspelling!

Aan alles in dit hele boek is te zien: dit is de wereld net voordat de wereld uit de rails liep vanwege corona. Dit is een pre-coronaroman. Dit boek – waarin een hogesnelheidstrein abrupt tot stilstand komt, wat de verteller in staat stelt na te denken over de zee van onbegrensde mogelijkheden die zijn leven (en dat van zijn generatiegenoten) kenmerkte – is met andere woorden een perfecte voorspelling van de wereld waarin we terecht zijn gekomen.

Die stilstand laat zien dat die mogelijkheden misschien toch niet zo onbegrensd waren als we allemaal wel dachten. Deel van het probleem dus opgelost!

Celliste Jolein Deley tijdens de presentatie van Een waarschijnlijk toeval.

‘Onderweg naar huis vloekte ik,’ zegt de verteller nadat hij aan het einde van zijn verhaal voorlopig afscheid heeft genomen van Renée, zoals zijn nieuwe geliefde heet. ‘Ze was niet wie ik wilde dat ze was. Haar verschijning was het omhulsel waarin ik een stuk van mezelf had geprojecteerd, en dat stuk van mezelf kwam niet overeen met wie zij was. […] Ik had een muziekstuk gehoord in de verte, en was beginnen zingen en dansen, lang voor ik de maat en de melodie van de ruis had onderscheiden. Eindelijk begreep ik wat ze had bedoeld toen ze beweerde dat onze kosmische coördinaten niet overeenstemden.’

Als u Max Greyson een beetje of een beetje béter kent, zult u misschien denken dat dit een autobiografische roman is. Maar dat is het niet. Daarvoor is het te veel fictie. Het is ook niet wat de Fransen autofiction noemen of de Engelsen een memoir. Dit is een roman. Maar terwijl u die roman leest, voelt u zich wel aangesproken en hebt u het zeer terechte idee dat hij het over uw eigen werkelijkheid heeft (en vooruit: dus ook over de zijne).

Maar een roman dus, en daarom: als ik een blik achterom werp en op zoek ga naar schrijvers in de traditie waarin Max Greyson wellicht zou schrijven, zie ik er al snel twee waarvan ik denk, ja, daar zijn overeenkomsten. Het werk van de jongere Geerten Meijsing en dat van de jongere Christiaan Weijts (met name zijn twee eerste boeken Art. 285b en Via Cappello 23): in beide gevallen gaat het om een combinatie van liefdesperikelen en taalvuurwerk.

Als ik daarin gelijk krijg, kunnen we met een gerust hart zeggen: die jongen komt er wel! Dan is het alleen nog even wachten op het moment waarop de hogesnelheidstrein van het vroegere leven zich weer in beweging zet. Als dat post-coronabestaan maar net een beetje beter en duurzamer en minder mer à boire is dan het leven daarvoor. Precies ook wat een goede roman moet doen, zoals Een waarschijnlijk toeval: je het gevoel geven dat je een nieuw perspectief hebt en alles net iets beter doorhebt dan daarvoor.